Valide en betrouwbare interviewvragen formuleren

Voordat je interviews afneemt, moet je een topiclijst of vragenlijst opstellen die je helpt je onderzoeksdoel te bereiken. Voor semigestructureerde en gestructureerde interviews stel je een vragenlijst op en voor een ongestructureerd interview maak je alleen een topiclijst.

Met goed geformuleerde vragen verzamel je op gerichte wijze data en voorkom je dat je vragen suggestief zijn en dat je sociaal-wenselijke antwoorden krijgt. Zo draagt deze onderzoeksmethode bij aan de validiteit en betrouwbaarheid van je onderzoek.

Voorbeeld vragenlijst (semi)gestructureerd interview

Voorbereiding op de vragenlijst

Voordat je vragen gaat formuleren, bedenk dan eerst:

  1. Op welke onderzoeksvragen je met je interview een antwoord wil krijgen
  2. Welke informatie je respondent je wel/niet kan verschaffen op basis van expertise, ervaring en eigen meningen
  3. Welke sleutelwoorden je kunt gebruiken in de formulering van je vragen
  4. Of je de respondent wilt aanspreken met u of jij

Soorten vragen en vraagzinnen

Meestal stel je bij kwalitatief onderzoek open vragen en bij kwantitatief onderzoek gesloten vragen. Met open vragen bied je de respondent meer ruimte om dieper in te gaan op een onderwerp en bij gesloten vragen heeft de respondent beperkte antwoordmogelijkheden. Je kunt hiervoor bijvoorbeeld meerkeuzevragen gebruiken.

Deze vragen kunnen worden opgedeeld in feitelijke vragen, meningsvragen, waarom- en hoe-vragen en controlevragen. De waarom- en hoe-vragen kunnen alleen open vragen zijn en gebruik je meestal in een semigestructureerd interview wanneer je doorvraagt op het antwoord van je respondent.

Controlevragen stel je om na te gaan of je respondent de vragen begrepen heeft. Deze vragen kun je gebruiken in ongestructureerde en semigestructureerde interviews en/of aan het einde van een gestructureerd interview.

Voordelen en nadelen van open en gesloten vragen
VragenVoordelenNadelen
OpenMeer informatie en gedetailleerde antwoordenMogelijk te uitgebreide of vage antwoorden en geen tijd voor andere vragen
GeslotenMeer controle over de tijd en specifieke antwoordenBeperkte antwoordmogelijkheden die mogelijk niet weergeven wat de respondent denkt
Voorbeeld open en gesloten vragen
Open feitelijke vraag: Wanneer ben je begonnen met je huidige baan?
Open meningsvraag: Wat vind je van de huidige situatie binnen bedrijf X?
Open waarom-vraag (vervolgvraag): Waarom vind je dat?
Open hoe-vraag (vervolgvraag): Hoe ga je om met deze situatie?

Gesloten feitelijke vraag: Heb je een diploma?
Ja/nee
Gesloten meningsvraag: Welke politieke partij vind je het eerlijkst?
PvdA, CDA, D66, GroenLinks, Partij voor de Dieren

Controlevraag: Is het duidelijk wat met deze vraag bedoeld werd?

Hoeveel fouten bevat jouw scriptie?

De taalexperts van Scribbr verbeteren gemiddeld 150 fouten per 1000 woorden. Benieuwd wat er precies wordt verbeterd? Verschuif de cursor van links naar rechts!

Scriptie nakijken op taal

Validiteit en betrouwbaarheid waarborgen met je vragen

Als je interviews inzet, dan is het van belang dat je met deze onderzoeksmethode de validiteit en betrouwbaarheid van je onderzoek waarborgt.

Dit doe je door duidelijke en begrijpelijke vragen te stellen, zoveel mogelijk sociaal-wenselijke antwoorden en suggestieve vragen te voorkomen en je vragen te baseren op jouw specifieke probleemstelling en literatuuronderzoek.

Duidelijke en begrijpelijke vragen formuleren

Voor alle soorten interviewvragen geldt dat ze duidelijk moeten zijn. Hoe duidelijker en begrijpelijker een vraag, hoe betrouwbaarder het antwoord. Als je je aan de volgende regels houdt, wordt jouw vraag zo duidelijk mogelijk:

  1. Formuleer je vraag zo kort en bondig mogelijk.
  2. Maak je vraag zo concreet en specifiek mogelijk.
    • Vermijd te theoretische vragen.
    • Vermijd te vage vragen.
  3. Stel maar één vraag in een vraagzin.
Voorbeeld duidelijke en begrijpelijke vragen
  • Te lang: Welke specifieke omgevingsfactoren hebben volgens u tijdens de Industriële Revolutie met name het wereldbeeld van de mensen die in die tijd leefden in die periode bepaald? Noem er vijf.
  • Kort en bondig: Welke vijf omgevingsfactoren bepaalden volgens u het algemene wereldbeeld tijdens de Industriële Revolutie?
  • Te theoretisch: Op basis van welke taal- en stijlfouten heeft u besloten om de nakijkdienst in te schakelen?
  • Concreet en specifiek: Heeft u de nakijkdienst ingeschakeld om grammaticafouten of de academische stijl van uw tekst te verbeteren?
  • Concrete en specifieke vervolgvraag: Welke grammaticafouten maakt u het meest?
    D/t-fouten, spellingsfouten, zinsbouwfouten of interpunctiefouten
  • Te vaag: Wanneer u het product bekijkt, welke kleur gevoel overkomt u dan?
  • Concreet en specifiek: Welke kleur associeert u met het product dat u hier ziet en welk gevoel heeft u daarbij?
  • Te veel vragen in een vraag: Waarom heeft u dit product aangeschaft, wat vindt u ervan en zou u het product aanbevelen?
  • Eén vraag tegelijk:
  1. Waarom heeft u dit product aangeschaft?
  2. Wat vindt u van het product?
  3. Zou u het product aanbevelen?

Sociaal-wenselijke antwoorden vermijden

Wanneer je interviews afneemt, bestaat er altijd een risico dat respondenten sociaal-wenselijke antwoorden geven. Dit zijn antwoorden die respondenten verwachten te moeten geven, mede om een beter beeld van zichzelf te schetsen. Dit doen respondenten al snel wanneer het gaat om:

  • hun intellectuele of sociale vaardigheden
  • intolerantie of discriminatie
  • gezondheidsproblemen en leefstijlgewoontes
  • eigen inkomen, werkhouding en verdiensten

Om dit soort antwoorden te voorkomen, moet je ten eerste rekening houden met omgevingsfactoren. Het is bijvoorbeeld niet ideaal om een medewerker te bevragen over het management wanneer zijn baas in dezelfde ruimte aanwezig is.

Ten tweede kun je je vragen zo formuleren dat respondenten minder snel geneigd zijn om sociaal-wenselijke antwoorden te geven. Dit doe je door zo concreet mogelijke vragen te stellen. Hoe concreter je vraag is, hoe waarschijnlijker het is, dat je een concreet en eerlijk antwoord krijgt.

Voorbeeld sociaal-wenselijke antwoorden vermijden
  • Niet concreet genoeg: Wat doet u wekelijks aan lichamelijke activiteit?
  • Wel concreet genoeg: Hoe vaak per week neemt u langer dan 20 minuten deel aan een licht-intensieve tot intensieve lichamelijke activiteit?
  • Niet concreet genoeg: Begrijpt u de informatie in de brochure?
  • Wel concreet genoeg: Welke informatie in de brochure kan volgens u duidelijker verwoord worden?
  • Niet concreet genoeg: Wat vindt u van de nieuwe regeling?
  • Wel concreet genoeg: Hoe voelt u zich wanneer u activiteit X volgens de nieuwe regeling uitvoert?

Suggestieve vragen voorkomen

Suggestieve vragen zijn vragen waarmee je al aanstuurt op een bepaald antwoord, waar een oordeel in doorklinkt en waarmee je als het ware de woorden in iemands mond legt.

Je kunt dergelijke vragen voorkomen door na te gaan of in je vragen een eigen oordeel doorschemert, bijvoorbeeld wanneer je subjectieve woorden als ‘goed’ en ‘fout’ gebruikt of vraagt of iemand ‘ook’ iets vindt.

Voorbeeld suggestieve vragen voorkomen
  • Suggestieve vraag: Wat doet het management volgens u fout?
  • Goede vraag: Wat is uw mening over het management binnen bedrijf Z?
    Hierbij kun je later ingaan op eventuele fouten die de werknemers noemen, maar wordt niet direct verondersteld dat het management fouten maakt.
  • Suggestieve vraag: Bent u ook van mening dat racistische uitingen op de werkplaats gestraft moet worden?
  • Goede vraag: Wat is uw mening over uitingen met betrekking tot etniciteit op de werkplaats?
    Door zelf al een oordeel te vellen over racistische uitingen met het woordje ‘ook’ en te impliceren dat deze gestraft moeten worden, geef je de respondent niet de ruimte om een eigen mening te formuleren.

Vragen opstellen op basis van literatuuronderzoek

Baseer je sleutelwoorden en vragen op literatuuronderzoek zodat je daadwerkelijk onderzoekt wat je wil onderzoeken. In de literatuur is meestal al behandeld welke deelonderwerpen of problemen een rol spelen bij het specifieke onderwerp waarover jij met je interviews meer informatie wilt krijgen.

Ook zijn in de literatuur vaak mogelijke oorzaken en gevolgen beschreven, waarmee je rekening kunt houden in je vraagstellingen. Op basis van deze informatie kun je gerichter vragen stellen.

Voorbeeld vragen formuleren op basis van literatuuronderzoek
Doel van het interview: Informatie verkrijgen over de huidige zorg van diep-dementerende ouderen bij zorginstelling De Vogelvijver
Informatie uit literatuuronderzoek: Uit onderzoek is gebleken dat dementerende ouderen soms feilloos liedteksten kunnen meezingen, terwijl zij niet meer in staat zijn om te praten. In veel woonvoorzieningen wordt muziektherapie gebruikt bij de behandeling van dementie om te zorgen voor heldere momenten en de kwaliteit van leven van de ouderen te verhogen.

Voorbeeld open vraag: Wat voor dagactiviteiten worden voor de ouderen verzorgd om hun kwaliteit van leven te verhogen?
Voorbeeld gesloten vraag: Maakt u bij de Vogelvijver gebruik van muziektherapie?

Hoeveel vragen moet je formuleren?

Uit hoeveel vragen je interview moet bestaan, is afhankelijk van het doel van het interview en hoeveel tijd je hiervoor hebt. Je wil natuurlijk wel dat alle vragen beantwoord worden.

Open vragen

Als je voornamelijk open vragen stelt of vragen naar meningen en bijvoorbeeld een half uur tot een uur de tijd hebt, kun je als richtlijn aanhouden om in een semigestructureerd interview ongeveer 10 tot 20 open vragen te stellen inclusief doorvraag-vragen.

In een gestructureerd interview van een half uur kun je ook aanhouden om 10 tot 20 open vragen te stellen. Voeg vragen toe als je denkt hiermee niet voldoende informatie te verzamelen om antwoord te geven op je onderzoeksvraag.

Gesloten vragen

Wanneer je vooral gesloten vragen stelt, zoals meerkeuzevragen of ja/nee-vragen, of simpele vragen naar feiten kun je in een half uur gemakkelijk 20 tot 30 gesloten vragen stellen. Stel echter liever niet te veel vragen, omdat je respondent hier mogelijk gefrustreerd door kan raken.

Volgorde van je topics en vragen

Je kunt de volgorde van je topics en vragen op verschillende manieren bepalen om te zorgen voor een logische opbouw en ervoor te zorgen dat je respondent geïnteresseerd blijft.

  • Van makkelijke naar lastige vragen
  • Per thema of in chronologische volgorde
  • Eerst feitelijke vragen, dan meningsvragen en daarna waarom-vragen
  • Van probleem tot oorzaak en gevolg en mogelijke oplossingen
  • Van de probleemstelling naar de methode, de resultaten en vervolgens de conclusie

Let op: Bij ongestructureerde en semigestructureerde interviews mag je uiteindelijk van deze volgorde afwijken.

Antwoorden verwerken in je scriptie

In je scriptie geef je in de inleiding aan dat je interviews hebt gehouden en bespreek je in je methoden wat voor interviews dat waren.

Zodra je de interviews hebt gehouden, getranscribeerd en gecodeerd, moet je de antwoorden verwerken in het resultatenhoofdstuk van je scriptie. De transcripten neem je op in je bijlagen.

Ga goed na hoe je in jouw scriptie naar je interviews kunt verwijzen.

Voorbeeld vragenlijst voor (semi)gestructureerd interview

Wat vind jij van dit artikel?
Lou Benders

Lou was Scribbrs Product- en Kwaliteitsmanager tot ze naar Italië verhuisde voor de liefde en het lekkere weer. Nu werkt ze op afstand aan Scribbrs diensten en aan handige artikelen over academische teksten.

Geen taalfouten en pijnlijke missers in je scriptie?

Schakel snel een professionele editor van Scribbr in.
Meer info & prijzen »
Trustpilot score van 9.8

2 reacties

jeroen
3 april 2018 om 11:35

hallo Kirsten

ik ben bezig met mijn onderzoek voor vrijwilligers die probleemkluwenklanten begeleiden. Voor de verantwoording van mijn topic lijst moet ik kernbegrippen en daaruit dimensies vaststellen. daar loop ik op vast.

mijn theoretisch kader bestaat uit informatie over probleemkluwenklanten voor specifiek de zorgvermijders. Daarnaast informatie over de vrijwillige inzet van deze groep door de eigen vrijwilligers. in feiten helpen ze elkaar binnen een St. vorm in een kringloopwinkel.

in dit kader heb ik iets geschreven over Praktijktheoretische inzichten zoals de presentie en krachtgericht werken.

de vraag is welke kernbegripen kan ik hierop loslaten. ik dacht aan presentie, krachtgericht en vrijwilliger en probleemkluwenklanten. Wat denk jij?

Beantwoorden

Lianne
Lianne (Scribbr-team)
5 april 2018 om 22:33

Hoi Jeroen,
Bedankt voor je vraag. De kernbegrippen die je noemt klinken goed, het lijkt me handig om bij deze begrippen ook een aantal voorbeeldvragen te verzinnen. Je kunt hier een voorbeeld vinden van een topiclijst met voorbeeldvragen.
Ik kan niet beoordelen of deze kernbegrippen de lading van je hele onderzoek dekken, dit kun je voor de zekerheid even checken bij je begeleider.
Succes!

Beantwoorden

Stel een vraag of reageer.

Please click the checkbox on the left to verify that you are a not a bot.