Inleiding schrijven voor je scriptie

De inleiding is het eerste hoofdstuk van je scriptie en vormt daarom het startpunt van je scriptie. Je beschrijft hierin het onderwerp van je scriptie, stelt de probleemstelling op en presenteert je doelstelling en je onderzoeksvragen. Daarnaast geef je een korte beschrijving van de onderzoeksopzet en maak je een leeswijzer.

Net begonnen met je scriptie? Download het gratis Scribbr-scriptiesjabloon om meteen een goede structuur te hebben.

Doel van de inleiding

Het doel van je inleiding is dus om aan te geven waarom je het onderzoek hebt gedaan, waarnaar je precies onderzoek hebt gedaan, wat het nut en het doel ervan is en hoe de scriptie is opgezet.

Onderdelen van de inleiding

Een heldere inleiding bestaat vaak uit de volgende onderdelen:

Kijk jij ook zo uit naar afstuderen?

We helpen je graag een handje!

  • Minder stress
  • Hulp binnen handbereik
  • 100% tevredenheidsgarantie

Ontdek hoe we jou kunnen helpen

Aanleiding (Problem indication)

Wat is de aanleiding van je onderzoek? Dit kan een recent nieuwsbericht zijn of iets wat altijd al je interesse heeft gewekt.

Door een prikkelend voorbeeld te kiezen en de context van het onderzoek te beschrijven, wordt de lezer direct aangemoedigd om de rest van je inleiding door te lezen. Bekijk onze voorbeelden om inspiratie op te doen voor een goede aanleiding.

Afbakening onderwerp (Scope)

Op basis van de aanleiding beschrijf je het onderwerp van je scriptie. Zorg ervoor dat je direct het onderwerp van je onderzoek afbakent. Een veelvoorkomende valkuil is om te veel te willen onderzoeken, oftewel dat je focus te breed is. Voorkom dit door een deelonderwerp te onderzoeken.

Organisatieomschrijving

Omschrijf de organisatie waarvoor jij je onderzoek uitvoert. Schets een algemeen beeld van het bedrijf en ga in op specifieke aspecten die relevant zijn voor jouw onderwerp. Je kunt onder andere ingaan op het type organisatie, de vestiging en oprichting, de kernactiviteiten en de omvang van de organisatie, maar ook op de missie en visie van het bedrijf.

Let op: Als je je onderzoek niet voor een opdrachtgever schrijft, kun je dit onderdeel overslaan.

Huidige kennis over het onderwerp

Som kort op wat al bekend is over jouw onderwerp door hierover de conclusies uit de belangrijkste wetenschappelijke artikelen toe te lichten. Zo laat je direct zien wat nog niet bekend is over je onderwerp. Op basis hiervan kun je de relevantie van jouw onderzoek aantonen.

Ook als je onderzoek heel praktisch georiënteerd is, moet je proberen over je onderwerp een aantal wetenschappelijke bronnen te vinden waarop je kunt voortbouwen met jouw scriptie.

Theoretische en praktische relevantie

Geef met behulp van argumenten aan wat de wetenschappelijke relevantie is van je onderzoek. Dit kun je doen door wetenschappelijke artikelen te citeren en deze te combineren. Gebruik hiervoor ook de discussiehoofdstukken van studies die je gaat gebruiken voor je eigen onderzoek.

Wanneer je een scriptie voor een bedrijf schrijft, zal je merken dat de wetenschappelijke relevantie vaak een stuk moeilijker is aan te tonen. Vaak is de wetenschappelijke relevantie dan ook een stuk minder belangrijk dan de praktische relevantie en hoef je hier minder tijd aan te besteden.

Bij de praktische relevantie probeer je aan te geven wat het praktisch nut is van je onderzoek. Denk daarbij niet alleen aan het bedrijf waar je stage loopt maar bijvoorbeeld aan het praktisch nut voor de hele bedrijfstak. Als je dit lastig vindt om te bedenken, probeer dan deze vraag voor te leggen aan vrienden of bekenden. Zij kijken vaak op een hele andere manier naar je onderwerp.

Standaardzinnen om de relevantie van je onderwerp aan te geven

  1. X is interessant om te onderzoeken omdat…
  2. X vormt een klassiek probleem in…
  3. X is sinds de Jaren 60 onderwerp van onderzoek.
  4. In de afgelopen jaren is meer aandacht gekomen voor X…
  5. Onderzoek naar X is van aanhoudend belang voor…
  6. Recente ontwikkelingen op het gebied van X hebben geleid tot een hernieuwde interesse in Y

Meer standaardzinnen »

  1. X is of interest because …
  2. X is a classic problem in …
  3. X has been an object of research since the 1960s.
  4. In recent years, there has been an increasing interest in X…
  5. Investigating X is a continuing concern within…
  6. Recent developments in the field of X have led to a renewed interest in Y

Meer standaardzinnen »

Probleemstelling, doel en onderzoeksvragen (Problem statement, goal and research questions)

In dit deel beschrijf je de probleemstelling en de doelstelling die je hebt opgesteld. Let op: er is een verschil tussen de probleemstelling, de doelstelling en de hoofdvraag. Op basis van de probleem- en doelstelling kun je je onderzoeksvragen opstellen, namelijk je hoofdvraag en deelvragen.

Als je in plaats van onderzoeksvragen gebruikmaakt van hypothesen kun je die hier ook al opschrijven. De basis van de hypothesen is het conceptueel model van je scriptie. Soms komt het echter voor dat je de hypothesen hier nog niet kunt opstellen, omdat je hiervoor eerst literatuuronderzoek doet. De hypothesen en het conceptueel model stel je dan pas na het literatuuronderzoek op, aan het eind van je theoretisch kader en in je methodologie.

Voorbeeldzinnen voor het aanduiden van het doel

  1. Deze scriptie tracht aan te tonen dat…
  2. De centrale stelling in deze scriptie is dat/is als volgt…

Meer standaardzinnen »

  1. This paper attempts to show that …
  2. The central thesis of this paper is that …

Meer standaardzinnen »

Korte beschrijving van de onderzoeksopzet

Verderop in je onderzoek stel je de onderzoeksopzet in detail op (in je methodologie). In de inleiding geef je alvast een korte samenvatting van je onderzoeksopzet. Wat voor soort onderzoek doe je, hoe verzamel je data en hoe analyseer je de data?

Leeswijzer (Thesis outline)

Hier beschrijf je kort hoe je scriptie is opgebouwd. Kondig ieder hoofdstuk aan in maximaal één paragraaf, maar bij voorkeur in een enkele zin. Zorg dat je leeswijzer niet te eentonig wordt door steeds dezelfde woorden of zinsstructuur te gebruiken.

Begin met je plan van aanpak

Vaak kun je op basis van je plan van aanpak of proposal beginnen met het schrijven van je inleiding. Je zult merken dat veel onderdelen van de inleiding en het plan van aanpak overeenkomen.

Wanneer je de inleiding schrijft

Hoewel de inleiding aan het begin van je scriptie staat, betekent dit niet dat je de inleiding eerst moet schrijven voordat je aan de rest van je onderzoek kunt beginnen. Hoe verder je in je onderzoek komt, hoe makkelijker het wordt om een goede inleiding te schrijven die ‘to the point’ is.

Kijk je inleiding nog eens na als je je onderzoek hebt afgerond om te kijken of deze nog wel aansluit bij de rest van je scriptie. Blijf eraan schrijven en schrappen totdat je scriptie een mooi geheel vormt.

Werkwoordstijden

Voor de introductie van het onderwerp en om aan te geven wat je wilt bespreken, gebruik je de onvoltooid tegenwoordige tijd. Achtergrondinformatie beschrijf je in de onvoltooid verleden tijd.

Lengte van de inleiding

In tegenstelling tot de samenvatting zijn er vaak geen harde eisen voor de lengte van de inleiding. Je hoeft dus niet alles op één pagina te proppen, zoals in de samenvatting (abstract) van je scriptie.

Wel is de inleiding bij uitstek een onderdeel van je scriptie dat beknopt moet zijn. Probeer jezelf dus niet te herhalen en schrijf alleen datgene op dat voor wezenlijk belang is voor de inleiding.

Checklist: Inleiding

0 / 13

Goed bezig!

Je inleiding zit nu in ieder geval goed in elkaar. Gebruik ook de andere checklists om je scriptie nog beter te maken.

Alle checklisten bekijken Terug naar inleiding checklist

* Het kan zijn dat je de hypothesen nog niet kunt opstellen, omdat je hiervoor eerst een literatuuronderzoek gaat doen.
** Het kan zijn dat je eerst het literatuuronderzoek gaat doen voordat je het conceptueel model opstelt.

Voorbeeld inleiding

Een van de nadelen van de huidige groeiende en veeleisende Nederlandse economie is de werkstress die veel werknemers en werkgevers ervaren om te voldoen aan dagelijkse verwachtingen. Werkgerelateerde stress resulteert in Nederland in 7.5 miljoen dagen absentie per jaar wat leidt tot 1.8 biljoen euro aan kosten (TNO, 2015). Inzicht in de bepalende factoren van werkstress kan eraan bijdragen om werkstress en de kosten die hieraan zijn verbonden te voorkomen of beperken.

Stress is volgens Cooke en Rousseau (1984) een staat van nervositeit, spanning en inspanning met als resultaat dat personen niet kunnen voldoen aan emotionele, fysieke en mentale eisen (Selye, 1956). Werk is mogelijk de meest voorkomende bron van stress (Sulsky & Smith, 2005). Veel eerdere studies hebben stress onderzocht met een focus op negatieve gedragingen door hoge stress en de oorzaken van werkstress (Grossi, Keil & Vito, 1996; Ulleberg & Rundmo, 1997; Rabkin & Struening, 1976). Zo kan stress op het werk consequenties hebben voor zowel de persoon zelf als de organisatie waar zij werken en is het een dagelijks gegeven op bijna iedere werkplek. Deze stress kan leiden tot een burnout of absentie.

De bestaande literatuur biedt inzicht in de relatie tussen persoonlijke gezondheid, de werkomgeving en het persoonlijk welbevinden van werknemers. Echter, ondanks de grote hoeveelheid studies naar de oorzaken van werkstress, is er weinig empirisch onderzoek gedaan naar meerdere simultane factoren met betrekking tot stress. Hierdoor is het lastig te bepalen welke factoren het meest van belang zijn om werkstress te reduceren. Om beter te begrijpen welke factoren relevant zijn om werkstress te reduceren, is het doel van deze studie om meerdere simultane antecedenten van werkstress te onderzoeken.

Brookshire (1960) bepaalde werkstressfactoren aan de hand van de volgende categorieën: persoonlijke eigenschappen (zoals de fysieke gezondheid van een werknemer); situaties buiten het werk om (zoals stress in het dagelijks leven); en situaties binnen de werkomgeving (zoals onvoldoende directe begeleiding). Ook deze studie gebruikt deze categorieën en focust hierbij specifiek op: morele identiteit als een dimensie van iemands persoonlijkheid; sociale support buiten en binnen de werkomgeving; en ethisch leiderschap binnen de werkomgeving. Zo gaat deze studie in op drie factoren die bepalend kunnen zijn voor werkstress, namelijk: morele identiteit, sociale ondersteuning (binnen en buiten het werk) en ethisch leiderschap. De onderzoeksvraag van deze studie luidt dan ook als volgt:

“Kunnen morele identiteit, sociale ondersteuning en ethisch leiderschap gezien worden als bepalende factoren met betrekking tot werkstress?”

Drie redenen onderbouwen het belang van een studie naar de variabelen morele identiteit, sociale ondersteuning en ethisch leiderschap. Ten eerste is valide bewijs aanwezig over specifieke persoonlijke eigenschappen die gerelateerd zijn aan werkstress, maar is slechts beperkt aandacht besteed aan de karakteristieken van een moreel persoon in relatie tot werkstress.
Morele identiteit is de mentale representatie van het morele karakter van een individu richting zichzelf en richting anderen (Aquino, Duff & McFerraiiy, 2010). Volgens VanSandt en Neck (2003) kan werkstress ontstaan doordat een individu stress ervaart door de discrepantie tussen de eigen morele waarden en die van de werkgevende organisatie. Dit kan erop wijzen dat een sterke morele identiteit leidt tot meer werkstress.
Ten tweede zijn studies naar de oorzaken van werkstress over sociale ondersteuning voornamelijk gericht op…
Tot slot studies expliciet ingegaan op de rol van leiderschap als een belangrijke factor met betrekking tot werkstress, maar is slechts beperkt onderzoek gedaan naar…

Om antwoord te geven op de onderzoeksvraag is een kwantitatieve data-analyse verricht met als afhankelijke variabele werkstress en als onafhankelijke variabelen morele identiteit, sociale ondersteuning en ethisch leiderschap. Hiervoor zijn data verzameld door middel van observaties en een enquête.

Het volgende hoofdstuk van deze scriptie biedt een overzicht van de literatuur over de afhankelijke variabele werkstress en de onafhankelijke variabelen morele identiteit, sociale ondersteuning en ethisch leiderschap. Hoofdstuk 3 gaat in op de hypotheses, de onderzoeksmethode en het conceptueel model. Vervolgens beschrijft Hoofdstuk 4 de kwantitatieve data-analyse en de resultaten hiervan. Tot slot worden in Hoofdstuk 5 de conclusie en discussie gepresenteerd.

Dit voorbeeld is gebaseerd op de scriptie van Jorien Blom: “Antecedents of work stress: findings on the effects of moral identity, social support and ethical leadership on work stress”
Wat vind jij van dit artikel?
Bas Swaen

Bas is mede-oprichter van Scribbr. Bas komt uit een echt onderwijsgezin en is een ervaren scriptieschrijver. Met heldere uitleg over moeilijke materie probeert Bas studenten op weg te helpen.

Geen taalfouten en pijnlijke missers in je scriptie?

Schakel snel een professionele editor van Scribbr in.
Meer info & prijzen »
Trustpilot score van 4.9

7 reacties

Theresa Manuka
29 augustus 2020 om 05:24

Beste,

Mijn verslag is een stageverslag. Ik moet in mijn verslag mijn ervaring belichten en een probleemstelling opstellen maar ik heb moeite mee. Mijn stage was bij een radiologie kliniek en mijn inleiding gaat over het specialisme. Hoe kan ik mijn probleemstelling opstellen opdat het in samenhang blijft met mijn verslag?

Beantwoorden

Leon Smits
Leon Smits (Scribbr Team)
31 augustus 2020 om 14:58

Hoi Theresa,

Gaat de probleemstelling over jouw ervaring of moet deze algemeen zijn?
Ik denk dat het een goed idee is om het zo veel mogelijk bij jezelf aan te laten sluiten. Zijn er dingen waar jij tijdens je stage moeite mee had?
Of waar de specialist waar je mee samenwerkte moeite mee had?

Dan kom je een heel eind, denk ik!

Groetjes,
Leon

Beantwoorden

Emma
1 juni 2020 om 19:54

In mijn scriptie zitten veel aannames door gebrek aan informatie gemaakt zijn. Vooraf dat je de scriptie leest, zijn die wel handig om te weten. De hele scriptie is namelijk gebaseerd op die aanname. Waar kan ik deze het beste benoemen? Ik dacht zelf aan de inleiding, maar misschien hebben jullie nog tips?

Beantwoorden

Matthijs
7 mei 2020 om 19:22

Beste,

Op welke manier kan ik de impact van het coronavirus beschrijven met betrekking tot mijn onderzoek. Hierdoor heb ik bijvoorbeeld niet een begin kunnen maken aan de implementatie, en zal ik nu een advies opstellen hoe er geïmplementeerd moet worden.

alvast bedankt,

Beantwoorden

Leon Smits
Leon Smits (Scribbr Team)
25 mei 2020 om 14:54

Hoi Matthijs,

Ik zou dit in je discussie bespreken, niet in de inleiding.
Je kunt aangeven op welke manier het virus het onderzoek beperkt heeft en hoe je hiermee om bent gegaan.
Ik zou dit ook zeker met je begeleider overleggen.

Groetjes,
Leon

Beantwoorden

Korneel
4 mei 2020 om 18:04

Beste,

Mag je in de inleiding de ik-vorm gebruiken? Zeker als, je aanleiding een eigen ervaring is?

Korneel

Beantwoorden

Leon Smits
Leon Smits (Scribbr Team)
4 mei 2020 om 20:51

Hoi Korneel,

Goede vraag! Als de aanleiding een eigen ervaring is kan ik me voorstellen dat je snel naar de ik-vorm neigt.
Normaal gesproken gebruik je echter geen ik-vorm in je scriptie, ook niet in de inleiding.
Ik raad je aan om dit met je docent/begeleider te bespreken, niet iedereen is hier namelijk even streng mee.

Groetjes,
Leon

Beantwoorden

Is er iets nog niet helemaal duidelijk of ontbreekt er wat? Laat een opmerking achter.

Please click the checkbox on the left to verify that you are a not a bot.