Vooronderzoek voordat je begint met het schrijven van je scriptie

Voordat je begint met je onderzoek en het schrijven van je scriptie moet je vijf stappen doorlopen. Je moet een opdrachtgever kiezen, een onderwerp kiezen, de probleemoriëntatie doen, de hoofdvraag en deelvragen opstellen en je onderzoeksopzet vormgeven. Dit vooronderzoek is erg belangrijk voor het schrijven van een goede scriptie.

Deze vijf stappen beschrijf je in een plan van aanpak. Zodra het plan van aanpak wordt goedgekeurd door je begeleider kun je van start met je scriptie.

Stap 1. Kiezen stageadres/opdrachtgever

Voordat je ook maar begint met het denken over een mogelijk onderwerp moet je voor jezelf duidelijk hebben voor wie je de scriptie gaat schrijven. Met andere woorden, wie wordt je opdrachtgever?

Je opdrachtgever is de persoon die de opdracht verstrekt en er veel belang bij heeft dat het vraagstuk wordt opgelost of de vraag wordt beantwoord. Hij of zij moet zorgen dat je de mogelijkheden krijgt om je onderzoek uit te kunnen voeren. Het is verstandig om de verantwoordelijkheden van de opdrachtgever goed met hem of haar door te spreken en dit vast te leggen in het plan van aanpak.

Voor veel hbo-studenten betekent dit dat je op zoek moet naar een bedrijf of organisatie waar je stage kunt gaan lopen en een scriptie kunt gaan schrijven. Studenten aan de universiteit moeten eerst bepalen of ze een scriptie wel voor een organisatie willen schrijven of dat ze de scriptie alleen willen schrijven voor de universiteit. Voor sommige studenten aan de universiteit is het zelfs niet toegestaan de scriptie voor een organisatie te schrijven.

De opdrachtgever kan zijn:

  • de directeur of interne begeleider bij een school;
  • het hoofd van een afdeling Marketing bij een commerciële organisatie;
  • het hoofd van de afdeling Geestelijke Gezondheidszorg binnen een hulpverleningsinstelling;
  • je begeleider of de hoogleraar binnen de universiteit.

Inhoudelijke begeleider

Als je je scriptie voor een organisatie of bedrijf schrijft, dan betekent dit dat je naast je opdrachtgever ook nog een inhoudelijke begeleider hebt op school. Je zal naast de opdrachtgever ook je begeleider ‘tevreden’ moeten houden. Dit betekent dat je goed moet letten op de eisen van je school en je begeleider continu moet informeren over de voortgang.

Stap 2. Kiezen van je onderwerp. Het vooronderzoek.

Nu je de opdrachtgever hebt gevonden ga je een onderwerp kiezen. Niet iedere student hoeft in dezelfde fase en op dezelfde manier zijn onderwerp te bepalen. Het kan zijn dat je, voordat je goedkeuring krijgt van je begeleider om te beginnen met je afstuderen, al een onderwerp moet hebben. Soms ga je pas op zoek naar een onderwerp als je al enige tijd bij een organisatie stage loopt.

Soms heb je ‘geluk’ en wordt er een onderwerp aangedragen door je opdrachtgever.

Zo zal een begeleider op de universiteit je waarschijnlijk een lijst geven van mogelijke onderwerpen waaruit je moet kiezen. De hoofd van de afdeling Marketing van een commerciële organisatie zal een situatie uit de praktijk voorleggen en graag willen dat je hierover een scriptie schrijft.

Heb je minder ‘geluk’ en moet je je onderwerp helemaal zelf verzinnen? Een onderwerp heb je niet in een uurtje gevonden. Dit vereist wat vooronderzoek. Door stap voor stap op zoek te gaan naar een onderwerp weet je zeker dat je een geschikt onderwerp vindt.

Let er goed op dat je onderwerp niet alleen door je opdrachtgever wordt goedgekeurd maar ook door je inhoudelijke begeleider op school. Dit betekent dat je goed de eisen van je opleiding in de gaten moet houden.

Stap 3. Probleemoriëntatie

Nu je een opdrachtgever hebt en een onderwerp kun je starten met de probleemoriëntatie. De probleemoriëntatie bestaat uit twee onderdelen:

Wat is het probleem dat opgelost moet worden?
Wat moet het onderzoek opleveren/ waarom moet er onderzoek gedaan worden?

Stappenplan opstellen probleemoriëntatie |  Voorbeeld probleemoriëntatie

Stap 4. Onderzoeksvragen -> Hoofdvraag en deelvragen

Je weet nu wat het probleem is en waarom er onderzoek nodig is. Hierna volgt het formuleren van de hoofdvraag en deelvragen.

Waarop moet je onderzoek een antwoord geven?

Om antwoord te kunnen geven op je hoofdvraag, splits je de hoofdvraag op in deelvragen. Alle antwoorden op de deelvragen samen geven antwoord op de hoofdvraag.

In de plaats van deelvragen kun je ook hypothesen opstellen en een conceptueel model opstellen.

Verschil tussen probleemstelling, onderzoeksvraag en hoofdvraag

probleemorientatie-stelling-hoofdvraag-deelvragen

probleemorientatiedoelstellingprobleemstellinghoofvraagdeelvragenonderzoeksvragen

De verschillen tussen probleemstelling, onderzoeksvraag en hoofdvraag op een rijtje.

Stap 5. Onderzoeksopzet

Als je weet waar je onderzoek antwoord op moet geven, kan je bepalen hoe je dat gaat doen. Hoe kom je aan je informatie en wie of wat ga je bevragen of onderzoeken? Welke onderzoeksmethoden ga je gebruiken? Je houdt je nu bezig met de onderzoeksopzet.

Stap 6. Onderzoeksplan

Je legt alles vast in een onderzoeksplan dat je voorlegt aan je opdrachtgever én begeleider van je opleiding. Doe dit in het plan van aanpak of het proposal.

Plan van aanpak

Wat vind jij van dit artikel? (je stem is anoniem)
Bezig met het verwerken van je stem...
Je stem is doorgevoerd :-)
Je hebt al gestemd op dit artikel. Bedankt :-)
47 lezers vinden dit artikel handig. 52 stemmen in totaal.

Meer interessante artikelen