Hoe beoordeel je de kwaliteit van een scriptieonderzoek?

Onderzoekers beoordelen de kwaliteit van een onderzoek altijd aan de hand van de validiteit, betrouwbaarheid, bruikbaarheid, onafhankelijkheid, generaliseerbaarheid, onafhankelijkheid, representativiteit, toetsbaarheid en informativiteit.

Hoe beter je al deze aspecten op orde hebt, hoe hoger de kwaliteit van je onderzoek (en dus scriptie) zal zijn.

Validiteit

Als onderzoeker wil je er zeker van zijn dat je hebt gemeten wat je ook wilde gaan meten. Met andere woorden; je moet ervoor zorgen dat er geen systematische fouten zijn gemaakt bij het onderzoek in je scriptie.

Een voorbeeld van een systematische fout is een sociaal wenselijk antwoord. Dit betekent dat de respondent expres een verkeerd antwoord geeft op jouw vraag, omdat het om een gevoelig onderwerp gaat. Dit veroorzaakt zogenaamde systematische vertekening van je onderzoek.

Door de validiteit te controleren, kijk je dus eigenlijk naar de echtheid of het waarheidsgehalte van het onderzoek.

Betrouwbaarheid

Met betrouwbaarheid wordt nagegaan hoeveel toevallige fouten er voorkomen in het onderzoek van je scriptie (willekeurige meetfouten genoemd).

Bij toevallige fouten kun je denken aan:

  • Per ongeluk het verkeerde antwoord aankruisen.
  • Een fout maken bij het invoeren van de gegevens.
  • Geluidsoverlast bij het invullen van de vragenlijst.

Een betrouwbaar onderzoek is herhaalbaar en geeft iedere keer dat je het onderzoek opnieuw uitvoert dezelfde resultaten.

Bruikbaarheid

Ook al scoor je soms niet heel goed op validiteit en betrouwbaarheid (bijvoorbeeld door tijdgebrek) kun je de bruikbaarheid van je onderzoek wel als ‘goed’ beoordelen.

Het kan namelijk heel goed zijn dat je opdrachtgever erg blij is met je onderzoek. Ze kunnen misschien wel heel goed met de resultaten aan de slag.

Voorbeeld bruikbaarheid

Binnen een organisatie wordt een bepaalde afdeling onderzocht. De steekproef is klein en select, er was geluidsoverlast bij het invullen van de vragenlijsten, etc. Toch kan het bedrijf iets hebben aan het onderzoek. Het onderzoek kan namelijk een indicatie geven van de situatie, richting geven aan beleid of een aanleiding zijn voor een nieuw onderzoek.

Onafhankelijkheid

Onderzoek is onafhankelijk. Dit houdt in dat er geen rekening wordt gehouden met voorkeuren en meningen van betrokkenen of van de onderzoeker(s). Als onderzoeker is het daarom belangrijk dat je afstand houdt van het onderwerp.

Het is soms lastig deze objectiviteit te bereiken, omdat onderzoekers ook maar mensen zijn. Daarom wordt ook vaak gezegd dat een onderzoek intersubjectief moet zijn: verschillende onderzoekers moeten het eens zijn over de resultaten. Onderzoek moet tot vergelijkbare resultaten leiden wanneer het opnieuw uitgevoerd wordt door een andere onderzoeker.

Tip! Bekijk wie voor het onderzoek heeft betaald, en welke achtergrond de onderzoeker heeft. De frisdrankindustrie sponsort bijvoorbeeld onderzoek naar de relatie tussen het drinken van frisdrank en gewichtstoename, en sigarettenfabrikant Philip Morris sponsort onderzoek naar het verminderen van de risico’s van roken.

Het is niet ondenkbaar dat deze opdrachtgevers voor hun eigenbelang het onderzoek in een bepaalde richting geduwd hebben. Dat blijkt ook uit onderzoek naar de onafhankelijkheid van onderzoek naar de negatieve effecten van frisdrank. Als de onderzoekers niet onafhankelijk waren was de kans 5 keer zo groot dat ze geen relatie konden aantonen tussen het gebruik van frisdrank en gewichtstoename.

Generaliseerbaarheid

Onderzoekers analyseren een specifiek deel van de werkelijkheid en doen hier uitspraken over. Ze willen dat deze uitspraken gelden voor een zo groot mogelijke groep personen of situaties. Dit noem je generaliseerbaarheid.

Onderzoekers nemen daarom uit de populatie (de groep die ze willen onderzoeken) een steekproef (een selectie uit de groep die ze willen onderzoeken) die zoveel mogelijk gelijk is aan de populatie.

Voorbeeld steekproef

De populatie bestaat uit studenten. De operationele populatie (ingeperkte populatie op basis van je probleemstelling en/of doelstelling) bestaat uit studenten van Tilburg University. Uit deze laatste groep trek je een steekproef. Het aantal mannen en vrouwen moeten ongeveer gelijk zijn aan de verhouding in de populatie.

De mate waarin de steekproef representatief is bepaalt de generaliseerbaarheid van de resultaten.

Uitspraken worden precies volgens alle voorwaarden getoetst, zodat ze geldig zijn in ander situaties en voor andere personen. Het toetsen van uitspraken gebeurt vaak door middel van statistische generalisatie.

Bij statistische generalisatie wordt aan de hand van statistische testen getoetst of een resultaat generaliseerbaar is. Dit is vaak van toepassing bij kwantitatief onderzoek. Bij kwalitatief onderzoek is statistische generalisatie soms minder belangrijk. In dat geval wordt er gestreefd naar inhoudelijke generalisatie: in welke mate zijn de resultaten vergelijkbaar in soortgelijke situaties?

Voorbeeld inhoudelijke generalisatie

Er is kwalitatief onderzoek gedaan onder studenten van één bepaalde studie. Met de resultaten kunnen geen uitspraken gedaan worden over alle studenten van de universiteit, maar de resultaten kunnen wel een indicatie geven van hoe het onderzoek zou uitpakken bij andere studenten.

Representativiteit van de steekproef

Wanneer een steekproef representatief is, zijn de onderzoeksresultaten geldig voor de populatie (generaliseerbaarheid). Een steekproef is representatief wanneer deze aselect getrokken is en in alle belangrijke kenmerken lijkt op de populatie waarover je uitspraken wilt doen.

Toetsbaarheid

Een onderwerp, vraag of uitspraak moet toetsbaar zijn. Dit betekent dat het onderzoek resultaten moet leveren over zaken die waarneembaar zijn in de werkelijkheid. Een uitspraak als ‘aliëns bestaan’ is niet te controleren door hem te toetsen.

Informativiteit

Het is belangrijk dat je altijd maximale informatie verschaft, zodat een ander die niks met jouw onderzoek te maken had precies hetzelfde onderzoek zou kunnen herhalen.

Om uitspraken te kunnen toetsen, moeten deze heel nauwkeurig geformuleerd worden. Je moet aangeven wat er onderzocht wordt, wanneer en met wie. Dit kun je bijvoorbeeld doen door het bijhouden van een logboek.

Wat vind jij van dit artikel?
Bas Swaen

Bas is mede-oprichter van Scribbr. Bas komt uit een echt onderwijsgezin en is een ervaren scriptieschrijver. Met heldere uitleg over moeilijke materie probeert Bas studenten op weg te helpen.

Geen taalfouten en pijnlijke missers in je scriptie?

Schakel snel een professionele editor van Scribbr in.
Meer info & prijzen » Trustpilot score van 9.7

2 reacties

B.S
14 augustus 2015 03:49

ik heb een vragenlijst met 13 items. hoewel de vragen allemaal in de zelfde richting gesteld zijn (1 is weinig 5 is veel) krijg ik een negatieve alpha. ik heb de items een voor een verwijderd net zo lang ik een alpha van 0.7 heb gekregen. Dit heeft als gevolg dat ik 7 items heb moeten verwijderen. hoe kan ik dit resultaat het beste verantwoorden en wat zegt dit over mijn resultaten?

Beantwoorden

Koen Driessen
Koen Driessen (Scribbr-team)
14 augustus 2015 11:03

Met zo'n specialistische statistiek vraag kunnen wij je helaas niet helpen.

Misschien heeft iemand anders die dit artikel leest een tip?

Mocht je er niet uitkomen dan kun je altijd hulp vragen bij onze partner www.afstudeerbegeleider.nl :-)

Beantwoorden

Reageer