Constructvaliditeit (Construct Validity) | Betekenis & Voorbeelden

Constructvaliditeit (ook wel begripsvaliditeit genoemd) geeft aan in welke mate een onderzoeksinstrument het concept meet dat het moet meten. Dit is cruciaal om de algemene validiteit van een onderzoeksmethode te kunnen vaststellen.

Het beoordelen van de constructvaliditeit (construct validity) is vooral belangrijk als je iets onderzoekt wat niet direct gemeten of geobserveerd kan worden, zoals intelligentie, zelfvertrouwen of stemming. Om deze constructen te kunnen meten, heb je meerdere waarneembare of meetbare indicatoren nodig.

Soorten validiteit
Constructvaliditeit is één van de vier soorten validiteit die van belang zijn voor meetinstrumenten. De overige drie zijn:

  • Inhoudsvaliditeit (content validity): Is het onderzoeksinstrument volledig representatief voor het te meten begrip?
  • Indruksvaliditeit (face validity): Lijkt de inhoud van het meetinstrument geschikt (relevant) voor je onderzoeksdoel?
  • Criteriumvaliditeit (criterion validity):  Komen de resultaten van jouw onderzoeksinstrument overeen met die van andere, gevalideerde instrumenten?

Constructvaliditeit en inhoudsvaliditeit vormen samen de betekenisvaliditeit.

Wat is een construct?

Een construct is een theoretisch concept, thema of idee gebaseerd op empirische observaties. Het is een variabele die normaal gesproken niet direct meetbaar is.

Voorbeeld: Constructen
Psychologen ontwikkelen en onderzoeken constructen om individuele verschillen en groepsverschillen te begrijpen.

Enkele veel voorkomende constructen zijn:

  • Zelfvertrouwen
  • Logisch redeneren
  • Academische motivatie
  • Sociale angst

Deze (abstracte) constructen kunnen niet direct geobserveerd of gemeten worden. Je moet een verzameling aan indicatoren onderzoeken om hypothesen over deze constructen te kunnen toetsen.

Constructen kunnen variëren van simpel tot complex. Een construct zoals iemands voorkeurshand kan bijvoorbeeld makkelijk bepaald worden door:

  • Een simpele vraag op een enquête: Vraag aan participanten wat hun dominante hand is.
  • Observaties: Vraag participanten om simpele taken uit te voeren, zoals een object oprapen of een kat tekenen, en observeer welke hand ze gebruiken om deze taken uit te voeren.

Een complexer construct, bijvoorbeeld sociale angst, vereist meer genuanceerde metingen, zoals psychometrische vragenlijsten en klinische interviews.

Simpele constructen worden vaak kort omschreven, terwijl complexe constructen breder zijn en over meerdere dimensies beschikken. Dimensies zijn de verschillende delen van het construct die met elkaar samenhangen waardoor ze een geheel vormen.

Voorbeeld: Dimensies van een construct
Sociale angst is de hevige angst om je in sociale situaties te bevinden, waardoor je dagelijks leven wordt beïnvloed.

Het construct “sociale angst” bestaat uit verschillende dimensies:

  • Psychologische dimensie: Intense angst en bezorgdheid
  • Fysiologische dimensie: Fysieke stress-indicatoren
  • Gedragsdimensie: Het vermijden van sociale situaties

Wat is constructvaliditeit?

Constructvaliditeit gaat over de mate waarin je onderzoeksinstrument daadwerkelijk meet wat het moet meten.

In je onderzoek is het belangrijk om je constructen te operationaliseren in concrete en meetbare kenmerken die gebaseerd zijn op jouw idee van het construct en de bijbehorende dimensies.

Wees duidelijk over hoe je jouw construct definieert en op welke manier de dimensies met samenhangen voordat je je data gaat verzamelen of analyseren. Hierdoor weet je zeker dat het gebruikte meetinstrument in staat is om het construct dat je onderzoekt daadwerkelijk te meten.

Voorbeeld: Meting van construct
Je ontwikkelt een simpele enquête om sociale angst bij studenten te onderzoeken. Hiervoor creëer je vragen om jouw construct van sociale angst te meten:

  1. Hoe vaak vermijd je het binnengaan van een ruimte wanneer iedereen al is gaan zitten?
  2. Beschrijven anderen je als stil?
  3. Hoe vaak maak je je zorgen dat je iets stoms gaat zeggen als je een nieuw iemand ontmoet?
  4. Hoe bang ben je om te spreken voor een groot publiek?
  5. Hoe vaak vermijd je oogcontact met anderen?
  6. Heb je liever een kleine groep goede vrienden of een grote groep vrienden?

Wanneer je een meetinstrument ontwikkelt of evalueert, is het belangrijk om na te gaan of het inderdaad je bedoelde construct meet, of dat het aparte, maar gerelateerde constructen beoordeelt.

Het is belangrijk om je construct van gerelateerde constructen te scheiden en ervoor te zorgen dat al je meettechnieken zich enkel richten op jouw specifieke construct.

Voorbeeld: Je meting evalueren
Je kijkt je vragenlijst door met enkele vragen in gedachten:

  • Meet je vragenlijst enkel sociale angst?
  • Dekken de vragen alle aspecten van sociale angst?
  • Meten de vragen geen andere gerelateerde constructen zoals verlegenheid of introversie?

Sommige vragen richten zich op zowel verlegenheid en introversie als op sociale angst. Dit betekent dat de focus van je vragenlijst te breed is en dat deze moet worden verkleind, zodat je je alleen op sociale angst richt.

Wie helpt jou met nakijken?

Betrouwbare hulptroepen vinden is niet makkelijk...

  • Familie
  • Vrienden
  • Studiegenoten
  • Scribbr

We staan altijd voor je klaar

Soorten constructvaliditeit

Er zijn twee belangrijke soorten constructvaliditeit:

  • Convergente validiteit: De mate waarin je meting overeenkomt met de meting van gerelateerde constructen.
  • Discriminante validiteit: De mate waarin je meting ongerelateerd of negatief gerelateerd is aan andere, niet-gerelateerde constructen.

Convergente validiteit

Convergente validiteit is de mate waarin metingen van dezelfde of vergelijkbare constructen met elkaar overeenkomen.

In wetenschappelijk onderzoek verwacht je dat gerelateerde constructen met elkaar correleren (samenhangen). Als je twee gerelateerde metingen hebt, zullen de personen die hoog scoren op de ene schaal meestal ook hoog scoren op de andere schaal.

Voorbeeld: Convergente validiteit
Nadat je je vragenlijst over sociale angst hebt herzien, verspreid je de lijst samen met een aantal andere beoordelingsschalen onder een steekproef van studenten. Eén van deze beoordelingsschalen is een bestaand, veelgebruikt meetinstrument voor sociale angst onder volwassenen.

Je controleert of de convergente validiteit van je vragenlijst hoog is door te bepalen of de antwoorden van je vragenlijst correleren met de antwoorden van het bestaande instrument.

Discriminante validiteit

Daarentegen betekent discriminante validiteit dat twee meetinstrumenten van niet-verwante constructen die ongerelateerd, zwak gerelateerd of negatief gerelateerd zouden moeten zijn, dat ook echt zijn.

Je controleert de discriminante validiteit op dezelfde manier als convergente validiteit, namelijk door resultaten van verschillende meetinstrumenten te vergelijken en te beoordelen of en in welke mate ze correleren.

Het is goed om vergelijkingsconstructen te kiezen die theoretisch gezien verschillende of tegengestelde concepten zijn binnen dezelfde categorie.

Als je construct bijvoorbeeld een karaktereigenschap is (zoals introversie), is het handig om een compleet tegengestelde karaktereigenschap te kiezen (zoals extraversie). Je verwacht dan dat je meetresultaten voor introversie negatief correleren met je meetresultaten voor extraversie.

Je kunt ook kiezen voor concepten die niet tegengesteld, maar ongerelateerd zijn. Dan controleer je of de metingen geen correlatie (of enkel een zwakke correlatie) hebben.

Voorbeeld: Discriminante validiteit
Je controleert of de discriminante validiteit van je vragenlijst over sociale angst hoog is  door je lijst binnen dezelfde steekproef te vergelijken met een vragenlijst over autismespectrumstoornissen.

Autisme en sociale angst zijn theoretisch gezien in belangrijke opzichten verschillend van elkaar, dus je verwacht enkel een zwakke correlatie tussen de twee metingen.

Je verspreidt beide vragenlijsten onder een grote steekproef en berekent de correlatie. Je vindt een zwakke correlatie en concludeert dat je vragenlijst over sociale angst een hoge discriminante validiteit heeft.

Hoe meet je constructvaliditeit?

Meestal beoordeel je de constructvaliditeit als je een nieuw meetinstrument hebt ontwikkeld. Je kunt het meetinstrument het beste testen met een pilot (testronde), maar er zijn meerdere opties.

  • Een pilot is een testronde van je onderzoek. Je test je meetinstrument met een kleine steekproef om de haalbaarheid, betrouwbaarheid en validiteit te bepalen. Dit kun je bijvoorbeeld doen met Cronbach’s alpha. Hierdoor bepaal je of je je meetinstrument moet aanpassen zodat je construct juist wordt getoetst.
  • Een statistische analyse wordt vaak toegepast om de validiteit te testen op basis van de verzamelde data van je metingen. Je test convergente en discriminante validiteit door te onderzoeken of de resultaten van jouw meting positief of negatief correleren aan andere, al bestaande metingen. Je kunt er ook voor kiezen om een factoranalyse uit te voeren.
  • Je kunt ook een regressieanalyse uitvoeren om te beoordelen of je meetinstrument daadwerkelijk de uitkomsten voorspelt die je theoretisch verwacht had. Als je regressieanalyse overeenkomt met je verwachtingen, versterkt dit je claim van constructvaliditeit.

Bedreigingen voor constructvaliditeit

Voor een robuust onderzoeksdesign is het van belang dat je de bedreigingen voor constructvaliditeit herkent en tegengaat. De meest voorkomende bedreigingen zijn:

  • Slechte operationalisatie
  • Verwachtingen van de onderzoeker (experimenter’s expectation bias)
  • Participatiebias (subject bias)

Slechte operationalisatie

Een grote bedreiging voor constructvaliditeit is een slechte operationalisatie van het construct.

Een goede operationele definitie van een construct helpt je om het construct iedere keer opnieuw nauwkeurig en precies te meten. Je meetprotocol moet duidelijk en specifiek zijn, en kunnen worden gebruikt onder verschillende omstandigheden door verschillende onderzoekers.

Zonder een goede operationele definitie loop je het risico om willekeurige of systematische fouten (random or systematic errors) te maken, wat je meetresultaten kan schaden. Je meetinstrument is dan mogelijk niet in staat om je construct nauwkeurig te meten.

Verwachtingen van de onderzoeker (experimenter’s expectation bias)

De verwachtingen van de onderzoeker over de studie kunnen de resultaten van je studie vertekenen (onderzoeksbias of research bias genoemd). Deze bias moet je proberen te vermijden.

Om experimenter’s bias tegen te gaan, kun je onderzoekstriangulatie gebruiken en ook onderzoekers die de hypotheses niet kennen metingen laten uitvoeren. Aangezien deze onderzoekers geen verwachtingen hebben over het onderzoek, is het minder waarschijnlijk dat zij de resultaten (onbewust) beïnvloeden.

Participatiebias (subject bias)

Als participanten verwachtingen hebben over een studie, worden hun antwoorden en gedragingen beïnvloed door deze verwachtingen. Dit kan de constructvaliditeit aantasten, omdat je mogelijk niet meer in staat bent om het construct correct te meten.

Je verkleint de invloed van subject bias door blindering toe te passen. Hierbij wordt het ware doel van de studie niet aan de participanten gecommuniceerd. Door participanten een coververhaal voor je onderzoek te vertellen, verlaag je het effect van participatiebias op je metingen.

Veelgestelde vragen over constructvaliditeit

Wat is constructvaliditeit?

Constructvaliditeit (ook wel begripsvaliditeit genoemd) geeft aan in welke mate een onderzoeksinstrument het begrip meet dat het moet meten. Het is één van de vier soorten validiteit die betrekking heeft op meetinstrumenten. De andere drie zijn inhoudsvaliditeit, indruksvaliditeit en criteriumvaliditeit.

Er zijn twee soorten constructvaliditeit:

    • Convergente validiteit: De mate waarin metingen van dezelfde of vergelijkbare constructen met elkaar overeenkomen.
    • Discriminante validiteit: De mate waarin metingen van je construct ongerelateerd of negatief gerelateerd zijn aan die van andere constructen.
Waarom is constructvaliditeit belangrijk?

Als je een meetinstrument ontwikkelt of evalueert, helpt constructvaliditeit om te bepalen of je daadwerkelijk het construct meet dat je wilt meten. Zonder constructvaliditeit loop je het risico dat je per ongeluk ongerelateerde constructen meet.

Constructvaliditeit wordt vaak beschouwd als de overkoepelende soort validiteit voor meetinstrumenten, omdat dit type de andere drie typen dekt. Je hebt indruksvaliditeit, inhoudsvaliditeit en criteriumvaliditeit nodig om de constructvaliditeit te waarborgen.

Hoe meet je constructvaliditeit?

Statistische analyses worden vaak uitgevoerd om de validiteit te bepalen op basis van de verzamelde data van je metingen. Je onderzoekt de convergente en discriminante validiteit door te bepalen of je meetresultaten positief of negatief correleren met andere bestaande metingen.

Daarnaast kun je ook een regressieanalyse uitvoeren om te beoordelen of je meetinstrument daadwerkelijk de uitkomsten voorspelt die je verwacht had. Als je regressieanalyse overeenkomt met je verwachtingen, versterkt dit je claim van constructvaliditeit.

Wat is het verschil tussen inhoudsvaliditeit en constructvaliditeit?

Constructvaliditeit (ook wel begripsvaliditeit genoemd) geeft aan in welke mate je onderzoeksinstrument het concept meet dat het moet meten (en niet per ongeluk een ander concept).

Inhoudsvaliditeit (content validity) is de mate waarin de aspecten van het te meten begrip volledig worden gemeten met je onderzoeksinstrument. Hierbij gaat het erom in hoeverre alle aspecten van het begrip “gedekt” worden.

Constructvaliditeit is dus een overkoepelende soort validiteit die betrekking heeft op het construct zelf in relatie tot andere constructen, terwijl inhoudsvaliditeit inzoomt op de te meten aspecten van het construct.

Citeer dit Scribbr-artikel

Als je naar deze bron wilt verwijzen, kun je de bronvermelding kopiëren of op “Citeer dit Scribbr-artikel” klikken om de bronvermelding automatisch toe te voegen aan onze gratis Bronnengenerator.

Scharwächter, V. (2022, 10 juli). Constructvaliditeit (Construct Validity) | Betekenis & Voorbeelden. Scribbr. Geraadpleegd op 23 november 2022, van https://www.scribbr.nl/onderzoeksmethoden/constructvaliditeit/

Wat vind jij van dit artikel?
Veronique Scharwächter

Veronique heeft twee bachelors: één in Taal- en Cultuurstudies en één in Philosophy, Politics and Economics. Daarnaast heeft zij een boek geschreven over hoe filosofie je kan helpen in je studentenleven. Ze hoopt haar brede, interdisciplinaire kennis in te kunnen zetten om zo veel mogelijk studenten te helpen met het schrijven van hun scriptie.