Je scriptie laten nakijken op taal en structuur

Scriptie nakijken »

Literatuurlijst genereren volgens de APA-stijl

APA Generator »
Plagiaatcontrole voor studenten

Plagiaatcontrole voor studenten

Doe de check »

Overzicht van onderzoekssoorten

Er bestaan veel verschillende onderzoekssoorten die je kunt toepassen in je scriptie. Dit maakt het soms lastig om te bepalen welke voor het beantwoorden van jouw onderzoeksvraag het beste is.

Hieronder geven we een opsomming van mogelijke onderzoekssoorten. Let op dat deze lijst niet uitputtend is. Je kunt daarom een type onderzoek tegenkomen die niet in deze lijst staat.

Het is mogelijk dat je meerdere onderzoekssoorten tegelijk gebruikt in je scriptie, omdat op verschillende manieren onderscheid gemaakt kan worden tussen onderzoeken.

Cross-sectioneel onderzoek

Bij een cross-sectioneel onderzoek verzamel je data voor meer dan een geval. Dit doe je maar op een moment. Hiermee verzamel je kwantificeerbare gegevens voor twee of meer variabelen.

Het doel van cross-sectioneel onderzoek is om de variatie tussen gevallen vast te stellen. Let op dat je met deze onderzoekssoort geen causale relatie tussen variabelen kunt vaststellen, maar alleen of er een relatie bestaat tussen de variabelen.

Voorbeeld cross-sectioneel onderzoek
Een goed voorbeeld van cross-sectioneel onderzoek is het onderzoek van Blaxter (1990). Zij heeft een steekproef van 9.000 individuen getrokken en op een meetmoment data verzameld over hun rookgedrag, dieet en fysieke gezondheid. Hierdoor heeft hij kunnen aantonen dat er een relatie is tussen het feit of een persoon rookt en zijn of haar dieet. Een causaal verband is hiermee echter niet vastgesteld.

Descriptief/beschrijvend onderzoek

Wanneer je alleen onderzoek doet naar een bepaalde stand van zaken en je deze gegevens in kaart brengt, dan noem je dit descriptief of beschrijvend onderzoek. Je gebruikt beschrijvend onderzoek vaak in de probleemoriëntatie van je scriptie. Hierbij wordt aandacht besteed aan een beperkt aantal kenmerken of elementen van het subject van je onderzoek.

Descriptief onderzoek is vaak kwantitatief van aard en heeft meestal specifieke onderzoeksvragen. Dit laatste suggereert dat er al enige voorkennis is over het onderwerp, bijvoorbeeld in de vorm van eerdere onderzoeken naar het onderwerp.

Met descriptief onderzoek kunnen associaties tussen variabelen worden weergegeven, maar deze worden alleen beschreven. Hier kan bijvoorbeeld geen causaal verband aan worden verbonden. De resultaten van een descriptief onderzoek kunnen verder worden uitgediept in exploratief onderzoek.

Voorbeeld descriptief/beschrijvend onderzoek
Voor beschrijvend onderzoek kun je bijvoorbeeld onderzoeken welke buitenfestivals het meest worden bezocht door jongeren tussen de 18 en 25 jaar. Dit geeft je inzicht in de stand van zaken omtrent dit onderwerp.

Deskresearch

Voor deskresearch worden alleen secundaire gegevens gebruikt, oftewel gegevens die al door anderen zijn verzameld. Vaak is dit in de vorm van literatuuronderzoek, waarbij artikelen of boeken van verschillende auteurs worden samengevoegd. Je kunt hierbij echter ook denken aan gegevens van het CBS, archiefmateriaal van een museum en jaarverslagen van bedrijven.

De resultaten die uit deskresearch verkregen worden roepen vaak weer nieuwe vragen op. Daarom volgt op deskresearch vaak een vervolgonderzoek.

Voorbeeld deskresearch
De eigenaar van een webshop heeft het idee dat zijn klantenbestand en de omzet terugloopt. Door middel van deskresearch kun jij onderzoeken of dit daadwerkelijk zo is en of de lagere omzet te maken heeft met bijvoorbeeld seizoensinvloeden. Dit kun je doen door de facturen van het betreffende jaar te vergelijken met voorgaande jaren. Liepen de verkopen altijd terug in deze tijd van het jaar of vindt de dalende verkoop alleen dit jaar plaats?

Experimenteel onderzoek

Tijdens een experiment manipuleer je als onderzoeker een bepaalde variabele (zoals een omstandigheid of verschijnsel), waarna je het effect van die manipulatie gaat bekijken. Deze onderzoekssoort wordt gebruikt om causaliteit vast te stellen. Hierbij onderzoek je of de gemanipuleerde variabele een verschil in de afhankelijke variabele teweegbrengt.

Een experiment kan zowel in de vorm van een veldonderzoek of een laboratoriumonderzoek voorkomen.

Voorbeeld experimenteel onderzoek
Stel dat je wilt weten wat het effect is van energydrank op sportprestaties. Je laat respondenten twee keer naar het lab komen en ze bepaalde oefeningen uitvoeren. De ene keer drinken zij geen energydrank en de tweede keer drinken zij van tevoren een bepaalde hoeveelheid energydrank. De energydrank is in dit geval je manipulatie. Je kunt het effect van de energydrank meten door de resultaten van de twee situaties te vergelijken.

Exploratief onderzoek

Exploratief onderzoek wordt ook wel verkennend onderzoek genoemd. Als onderzoeker weet je nog niet helemaal welke resultaten je gaat vinden en welke kant je onderzoek opgaat. Je wilt vooral ideeën opdoen en gebruikt het onderzoek om het onderzoeksgebied te verkennen voor vervolgonderzoek.

Het doel van een exploratief onderzoek is om het onderzoeksprobleem beter te begrijpen. Hiervoor kijk je bijvoorbeeld naar belangrijke factoren omtrent jouw onderwerp, mogelijke relaties hiertussen en achterliggende motivaties hiervoor. Hierbij is geen sprake van restricties; alle mogelijk interessante gegevens worden verzameld.

Een exploratief onderzoek wordt vaak uitgevoerd in de vorm van een deskresearch of een klein kwalitatief onderzoek (zoals een casestudy).

Voorbeeld exploratief onderzoek
Een exploratief onderzoek kan bijvoorbeeld inzicht geven in de welke factoren een rol spelen in de studiekeuze van een student. Met interviews kan hierover bijvoorbeeld meer informatie verkregen worden. Hier kan eventueel in vervolgonderzoek op voortgebouwd worden.

Fundamenteel onderzoek

Als je fundamenteel onderzoek doet, richt je je vooral op het verwerven van kennis en niet zozeer op de toepassing van die kennis in de praktijk. Dit is een erg wetenschappelijke methode en wordt dan ook vaak op universiteiten gebruikt.

Fundamenteel onderzoek staat tegenover toegepast onderzoek, dat juist gericht is op het doen van aanbevelingen voor de praktijk. De scheiding tussen fundamenteel en toegepast onderzoek is echter vaak niet zo strikt als het lijkt. Fundamenteel onderzoek resulteert namelijk vaak toch in praktische toepassingen.

Voorbeeld fundamenteel onderzoek
Met fundamenteel onderzoek kun je bijvoorbeeld onderzoeken wat het effect is van radioactieve straling op de menselijke genen. Met toegepast onderzoek kan dit vervolgens naar de praktijk vertaald worden (zie voorbeeld toegepast onderzoek).

Inventarisatieonderzoek

Met inventarisatieonderzoek wordt de stand van zaken op een bepaald gebied geïnventariseerd. Je kunt hierbij denken aan het in kaart brengen van bezoekersaantallen of verkoopcijfers.

Deze onderzoekssoort wordt vooral veel gebruikt in de sociale wetenschappen en valt onder descriptief of exploratief onderzoek.

Voorbeeld inventarisatieonderzoek
Een voorbeeld van inventarisatieonderzoek is het onderzoek van Maes, Penne & Maeyer (2009). Zij voerden een inventarisatieonderzoek uit naar kinderen en jongeren met ernstige meervoudige beperkingen (EMB). De levensverwachting voor personen met EMB is laag, maar is door betere ondersteuning en medische begeleiding toegenomen. Het aantal volwassenen met EMB groeit daardoor. Er zijn, net als over kinderen en jongeren met EMB, nauwelijks cijfers bekend over volwassenen met EMB. Het was zinvol een inventarisatie te doen van het aantal personen met EMB om meer inzicht te krijgen in de groep kinderen en jongeren en de groter wordende groep volwassen met EMB.

Kwantitatief onderzoek

Bij kwantitatief onderzoek is je onderzoek gebaseerd op het meten van variabelen. Vervolgens kun je met deze data een statistische analyse doen om tot een conclusie te komen, Hiermee krijg je een cijfermatig inzicht in je onderzoeksprobleem.

Voorbeeld kwantitatief onderzoek
Een klanttevredenheidsonderzoek in de vorm van een enquête is een voorbeeld van een kwantitatief onderzoek. Het voordeel van een enquête is dat je vooraf bepaalde keuzemogelijkheden kunt kiezen en dat hierdoor de resultaten goed te analyseren zijn. Een nadeel van een kwantitatief klanttevredenheidsonderzoek is dat je de antwoordmogelijkheden van respondenten beperkt en dat je daardoor informatie kunt missen.

Kwalitatief onderzoek

Wanneer je middels je onderzoek antwoord wilt geven op een hoe- of waarom-vraag kun je het beste kiezen voor kwalitatief onderzoek. In dit geval meet je de variabelen uit je onderzoek niet, maar ga je meer interpretatief te werk.

Voorbeeld kwalitatief onderzoek
Een klanttevredenheidsonderzoek kun je ook afnemen in de vorm van interviews. Dan spreken we van een kwalitatief onderzoek. Het voordeel hiervan is dat je veel informatie krijgt van respondenten. Je kunt doorvragen en de diepte ingaan. Het nadeel is dat het lastiger is om de resultaten te analyseren.

Laboratoriumonderzoek

Bij laboratoriumonderzoek maak je als onderzoeker geen gebruik van een natuurlijke situatie, maar creëer je zelf een onderzoekssituatie. Dit kan een laboratorium zijn – waar ook de naam laboratoriumonderzoek vandaan komt – maar ook een andere kunstmatige setting. Het belangrijkste hierbij is dat je als onderzoeker zoveel mogelijk externe factoren, die invloed kunnen hebben op je onderzoeksresultaten, probeert uit te sluiten.

Binnen een laboratoriumonderzoek moet je je houden aan strikte condities om controle te houden over verschillende invloeden van buitenaf. Dit is belangrijk voor de interne validiteit van je onderzoeksresultaten.

Voorbeeld laboratoriumonderzoek
Een voorbeeld van een laboratoriumonderzoek is het onderzoek van Brosschot, Benschop, Godaert, De Smet, Olf, Heijnen & Ballieux (1992). Zij hebben onderzocht wat het effect is van psychologische stress op de distributie en functie van de perifere bloedcellen. Dit hebben zij gedaan door in een lab in de experimentele conditie stress op te roepen bij de proefpersonen. Voorafgaand aan het experiment en na het experiment werden bloedmonsters genomen en werd de geestelijke toestand van de respondenten bevraagd (om te kunnen controleren of er daadwerkelijk stress opgeroepen werd).

Longitudinaal onderzoek

Wanneer je onderzoek doet over een lange periode en je meerdere onderzoeks- of meetmomenten hebt, dan spreek je van longitudinaal onderzoek. Hierbij kan een vergelijking gemaakt worden tussen een begin- en eindmeting (en eventuele tussenmetingen) van een bepaald fenomeen. Hierbij is het belangrijk dat alle metingen op dezelfde manier worden uitgevoerd.

Het doel van longitudinaal onderzoek is om een ontwikkeling op een bepaald gebied in kaart te brengen. Een dergelijk onderzoek neemt vaak veel tijd in beslag.

Voorbeeld longitudinaal onderzoek
Vanderfaillie, Van Holen, De Maeyer, Vanschoonlandt & Andries (2012) hebben een longitudinaal onderzoek gedaan. Hiermee onderzochten ze de ontwikkeling van probleemgedrag bij pleegkinderen. Gedurende twee jaar volgden zij 49 pleegkinderen, waarbij zij het verband tussen globale, contextuele, familiale en kindfactoren met een toename of een afname van het probleemgedrag onderzochten. Na twee jaar was bij 18 pleegkinderen het probleemgedrag toegenomen, bij 23 pleegkinderen gelijk gebleven en bij 8 pleegkinderen afgenomen. Een toename was voornamelijk geassocieerd met het gebruik van negatieve opvoedingsstrategieën door de pleegmoeders. Een afname stond in relatie met een meer ondersteunende opvoeding.

Massaonderzoek/Surveyonderzoek

Met massaonderzoek, oftewel een surveyonderzoek, probeer je door middel van een enquête inzicht krijgen in en een overzicht te krijgen van bepaalde economische, sociologische of psychologische variabelen binnen je doelgroep.

Om een beeld te kunnen krijgen van de gehele populatie, maar niet de gehele populatie te hoeven enquêteren, wordt binnen deze onderzoeken vaak gebruikgemaakt van een steekproef. Dit is een kleinere groep respondenten die de populatie vertegenwoordigt.

Voorbeeld massaonderzoek/surveyonderzoek
Een surveyonderzoek kan bijvoorbeeld meer inzicht bieden in het socialmediagebruik van jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Je kunt deze jongeren hiervoor een enquête laten invullen over hun socialmediagedrag, waarin vragen staan over welke social media zij gebruiken, waarvoor en hoe vaak.

Observatieonderzoek

Voor observatieonderzoek verzamel je gegevens door feitelijk gedrag te observeren. Onder observeren wordt kijken, luisteren en beoordelen verstaan. Observatieonderzoek is daarom een waarnemingsmethode.

Met observaties kun je bijvoorbeeld antwoord geven op een hoe- of waarom-vraag, een onderwerp onderzoeken waar nog weinig over bekend is of een persoon/fenomeen in zijn of haar natuurlijke setting bestuderen.

Voorbeeld observatieonderzoek
Een voorbeeld van observatieonderzoek is het onderzoek van Blatchford et al. (2003). Zij hebben met observaties onderzocht hoe de grootte van een klaslokaal het gedrag van leerlingen beïnvloedt. Hun verwachting was dat naarmate een klaslokaal groter is, de onoplettendheid van de leerlingen toeneem. Om dit te onderzoeken hebben ze twee groepen leerlingen, in een groot en klein klaslokaal, geobserveerd.

Pilotstudie

De pilotstudie is een klein vooronderzoek dat je kunt gebruiken om een eerste indruk te krijgen van jouw onderzoeksgebied. Dit kom je vaak tegen in het bedrijfsleven, maar ook in wetenschappelijke onderzoeken.

Het doel van een pilotstudie is om te verkennen en te testen. Zo kan hiermee bepaald worden welke doelgroep geschikt is om te targetten voor een bepaald product. Ook kunnen meetinstrumenten, zoals enquêtes, interviewvragen en observatieschema’s, met een pilotstudie getest worden op zwakheden en fouten.

Ook kun je als je bijvoorbeeld interviews gaat afnemen voor je scriptie, tijdens een pilotstudie alvast ervaring opdoen op dit gebied. Daarnaast kun je testen of je instructies duidelijk zijn voor de respondenten.

Voorbeeld pilotstudie
Een bedrijf, dat in heel Europa actief is, wil een nieuw product op de markt brengen. Om te onderzoeken of huidige klanten in de stad Parijs wel geïnteresseerd zijn in het product, wordt een pilotstudie gedaan. Dit geeft informatie over het nut van het introduceren van het nieuwe product.

Prospectief onderzoek

Bij een prospectief onderzoek trek je eerst een steekproef, waar je vervolgens metingen of waarnemingen op uitvoert. Op deze manier kijk je van de oorzaak (bijvoorbeeld een leefwijze) naar het gevolg (bijvoorbeeld een opgelopen ziekte). Hierdoor wordt ook wel gezegd dat deze onderzoekssoort op de toekomst gericht is.

Prospectief onderzoek wordt veel op medisch gebied gebruikt. Tegenover deze onderzoekssoort staat het retrospectief onderzoek.

Voorbeeld prospectief onderzoek
Stel, je wilt graag weten hoe een bepaalde SOA zich ontwikkelt. Je kunt mensen niet dwingen tot risicovol geslachtsverkeer. Wat je wel kunt doen is een groep mensen met verschillende seksuele gewoontes, die bij aanvang van het onderzoek vrij zijn van de ziekte, een tijd volgen. Je volgt dan gedurende het onderzoek de blootstelling aan en de ontwikkeling van de ziekte.

Relationeel onderzoek

Bij relationeel onderzoek meet je of twee of meer variabelen met elkaar samenhangen. Hiermee kun je aantonen of er een significant verband bestaat tussen de variabelen, hoe sterk dit verband is, wat de richting van het verband is en wat de aard van het verband is (lineair of non-lineair).

Voorbeeld relationeel onderzoek
Het onderzoeken van de relatie tussen het IQ van pubers en hun schoolprestaties is een voorbeeld van relationeel onderzoek.

Replicatieonderzoek

Bij replicatieonderzoek herhaal je een onderzoek dat al eerder is uitgevoerd. Dit kun je bijvoorbeeld doen om te bepalen of:

  • het onderzoek de eerste keer wel goed is uitgevoerd.
  • het onderzoek bijvoorbeeld ook geldt voor een andere doelgroep.
  • de resultaten van het onderzoek nog steeds actueel zijn.

Om een replicatieonderzoek uit te kunnen voeren is het belangrijk dat het te herhalen onderzoek herhaalbaar is. Dit wil zeggen dat de methode van dat onderzoek precies is beschreven, zodat duidelijk is hoe een replicatieonderzoek uitgevoerd kan worden.

Replicatieonderzoek kan bijvoorbeeld nuttig zijn om aan te tonen dat resultaten niet te snel moeten worden aangenomen als ‘waarheid’.

Voorbeeld replicatieonderzoek
Stel dat uit een onderzoek is gebleken dat wanneer tieners gewelddadige spellen spelen, zij zelf ook gewelddadiger worden. Je kunt in dit geval bijvoorbeeld een replicatieonderzoek uitvoeren om te bepalen of jij diezelfde resultaten vindt, maar je zou hiermee ook kunnen onderzoeken of je dit effect ook voor (jong) volwassenen vindt.

Retrospectief onderzoek

Bij retrospectief onderzoek kijk je – in tegenstelling tot bij prospectief onderzoek – terug van een gevolg (bijvoorbeeld het oplopen van een ziekte) naar een oorzaak (bijvoorbeeld een leefwijze). Hierbij wordt in data die al bekend zijn gezocht naar oorzaken voor die data.

Deze manier van onderzoek doen wordt ook veel gebruikt in de medische wereld. De data geven bijvoorbeeld weer of mensen zijn blootgesteld aan een bepaalde ziekte en of ze die ziekte ook daadwerkelijk hebben gekregen. Op basis daarvan kan onderzocht worden of mensen die aan de ziekte zijn blootgesteld ook degenen zijn die de ziekte krijgen.

Voorbeeld retrospectief onderzoek
Een goed voorbeeld van retrospectief onderzoek is het onderzoek van Pauw, Dieleman, Vogel en Eussen (2008). Zij hebben onderzoek gedaan naar het switchen of stoppen van ADHD-medicatie. Ze hebben onderzocht hoeveel procent van de patiënten doorging, wisselde of stopte met de medicatie. Hierna hebben ze geprobeerd om voorspellers te definiëren voor het wisselen of stoppen van ADHD-medicatie.

Toetsend onderzoek

Bij toetsend onderzoek ontstaat op basis van theorie(ën) een bepaalde verwachting. Deze verwachting wordt ook wel een hypothese genoemd. Die ga je vervolgens toetsen door middel van onderzoek. Je gaat hiermee dus de hypothese bevestigen of verwerpen.

Je kunt alleen toetsend onderzoek doen wanneer je al beschikt over een theorie. Je hebt hierdoor al voldoende kennis over een bepaald onderwerp om hierover voorspellingen te doen. Naast de theorie die je gebruikt weet je ook met welke meetinstrumenten, populatie en onderzoeksomstandigheden je te werk gaat.

Voorbeeld toetsend onderzoek
Met toetsend onderzoek kun je bijvoorbeeld onderzoeken of studenten beter scoren op een tentamen bij het volgen van online colleges dan bij het volgen van offline colleges. Hiervoor kun je met een experiment de tentamenscores van studenten die online en offline colleges volgen met elkaar vergelijken.
Voorbeeld hypothese
Studenten scoren beter op een tentamen bij het volgen van online colleges dan bij het volgen van offline colleges.

Toegepast onderzoek

Bij toegepast onderzoek doe je onderzoek voor de praktijk. Uit het onderzoek komen conclusies en aanbevelingen naar voren die direct toepasbaar zijn in de praktijk. Het is ook mogelijk dat met het onderzoek bepaalde producten of methoden worden ontworpen die in de praktijk kunnen worden toegepast.

Wanneer je een scriptie schrijft voor een bedrijf kom je al snel uit op toegepast onderzoek. Dit staat tegenover fundamenteel onderzoek.

Voorbeeld toegepast onderzoek
Tegenover het voorbeeld van een fundamenteel onderzoek kan een toegepast onderzoek geplaatst worden. Als het effect van radioactieve straling op menselijke genen bekend is, kun je met toegepast onderzoek meehelpen met het ontwikkelen van geneesmiddelen voor ziektes die door die straling veroorzaakt worden. Dit is een toepassing voor de praktijk.

Veldonderzoek

Bij veldonderzoek doe je onderzoek in een natuurlijke setting voor je respondenten, oftewel ‘het veld’. Hierbij verzamel, analyseer en interpreteer je data. Je kunt hiervoor verschillende dataverzamelingsmethodes gebruiken, zoals observatie of interviews.

Veldonderzoek staat tegenover laboratoriumonderzoek, omdat de onderzoekssetting niet wordt gemanipuleerd.

Voorbeeld veldonderzoek
Voor een onderzoeker die meer wil weten over gebruiken in een bepaalde cultuur kan het handig zijn om veldonderzoek te doen. De onderzoeker draait dan mee in het dagelijkse leven van deze cultuur. Door dichtbij de mensen te komen die tot de cultuur behoren, is het gemakkelijker om vragen te stellen en te observeren.

Vergelijkend onderzoek

Bij vergelijkend onderzoek verricht je onderzoek om het effect van verschillende omstandigheden op bepaalde variabelen meten. Vaak vergelijk je hierbij twee of meer groepen/situaties met elkaar om conclusies te kunnen trekken. Het is wel belangrijk dat je de variabelen die vergeleken worden steeds op dezelfde manier meet.

Voorbeeld vergelijkend onderzoek
Met een vergelijkend onderzoek kun je bijvoorbeeld onderzoeken wat de verschillen zijn tussen de onderwijssystemen in Nederland, Frankrijk en Duitsland.
Wat vind jij van dit artikel? (je stem is anoniem)
Bezig met het verwerken van je stem...
Je stem is doorgevoerd :-)
Je hebt al gestemd op dit artikel. Bedankt :-)
224 lezers vinden dit artikel handig. 244 stemmen in totaal.

Meer interessante artikelen