Soorten onderzoeksvragen perfect formuleren

Onderzoeksvragen zijn de vragen die je in je scriptie beantwoordt. Deze vragen geven structuur aan de scriptie. De soort onderzoeksvragen die je stelt, hangen bovendien sterk samen met het soort onderzoek dat je doet.

De belangrijkste onderzoeksvraag waarop je antwoord geeft, is de hoofdvraag. De deelvragen zijn de onderzoeksvragen die je helpen de hoofdvraag te beantwoorden.

Soorten onderzoeksvragen, type onderzoek en onderzoeksmethoden

De soort onderzoeksvraag (of combinatie van soorten) waarvoor je kiest, bepaalt grotendeels welk type onderzoek je gaat doen en welke onderzoeksinstrumenten je het best kunt gebruiken (bijvoorbeeld een interview of een literatuuronderzoek). Bovendien doe je op basis van het soort onderzoeksvraag inductief of deductief onderzoek.

Onderzoeksvraag Voorbeeldformulering Type onderzoek
Beschrijvende vraag Wat zijn de kenmerken? Wie moet dit uitvoeren? Hoe ziet het eruit? Beschrijvend onderzoek
Inventarisatieonderzoek
Observatieonderzoek
Vergelijkende vraag Wat zijn de verschillen? Wat zijn de overeenkomsten? In welke opzichten zijn ze anders? Op welke punten lijken ze op elkaar? Vergelijkend onderzoek
Longitudinaal onderzoek
Definiërende vraag In welk stadium is de ontwikkeling? Hoe kan deze getypeerd worden? Waar is het een voorbeeld van? Hoort het bij deze categorie? Relationeel onderzoek
Observatieonderzoek
Fundamenteel onderzoek
Evaluerende, normatieve vraag Wat zijn de positieve punten? Wat is de waarde ervan? Hoe goed werkt het? Hoe geschikt is het? Hoe wenselijk is…? Wat zijn voordelen of nadelen? Relationeel onderzoek
Inventarisatieonderzoek
Verklarende, explorerende vraag Waar is dit een gevolg van? Hoe komt dat? Wat zijn de oorzaken? Longitudinaal onderzoek
Retrospectief onderzoek
Exploratief onderzoek
Experimenteel onderzoek
Voorspellende vraag In welke mate zal..? Waar zal dat toe leiden? Zal in de toekomst..? Waar moet organisatie X op zijn voorbereid? Prospectief onderzoek
Ontwerpende, probleemoplossende en adviserende vraag Hoe kan ervoor gezorgd worden dat…? Hoe moet…? Wat kan er gedaan worden om dit op te lossen? Toegepast onderzoek
Toetsende vraag Is X sneller dan G in situatie Y? Welk effect heeft….op….? Toetsend onderzoek

Hoofd- en deelvragen

Kies voor een type onderzoeksvraag (hoofd- en deelvragen) waarbij het soort onderzoek je aanspreekt. Houd in je achterhoofd dat niet ieder type onderzoeksvraag handig is om als hoofdvraag te gebruiken. Zo kun je bijvoorbeeld beter geen evaluerende of ‘waarom’-vraag gebruiken als hoofdvraag.

De hoofdvraag is de belangrijkste onderzoeksvraag van je scriptie. De hoofdvraag bestaat dan ook vaak uit meerdere typen vragen. De deelvragen zijn kortere vragen die vaak uit één type onderzoeksvraag bestaat. Zorg ervoor dat je deelvragen helpen je hoofdvraag te beantwoorden. Meestal zijn je eerste twee deelvragen beschrijvende vragen.

Ontvang feedback op taal, structuur, lay-out en bronvermelding

Professionele Scribbr-editors kijken je scriptie na op:

  • Academisch taalgebruik
  • Onduidelijke zinnen
  • Grammaticale fouten
  • Interpunctie
  • Verboden woorden

Bekijk het voorbeeld

Beschrijvende vragen

Beschrijvende vragen zijn handig om het onderwerp van het onderzoek te verkennen. Deze vragen zijn meestal het startpunt van je onderzoek (deelvraag 1 en 2), en helpen je om het onderwerp van de scriptie overzichtelijk te krijgen.

Beschrijvende vragen gaan altijd over het hier en nu. Het antwoord op een beschrijvende vraag schetst bijvoorbeeld een situatie, een begrip of een persoon op basis van eigen of verzamelde waarnemingen.

Voorbeelden van beschrijvende vragen
  • Welke doelgroep wil bedrijf X met zijn Instagramprofiel bereiken?
  • Welke specifieke maatregelen heeft de overheid in maart 2020 genomen om mkb-bedrijven met een focus op de retail tijdens de coronacrisis te ondersteunen?
  • Wat is het protocol voor de begeleiding van kinderen met autisme op basisschool Z?

Vergelijkende vragen

Als je verschillen en overeenkomsten wilt aantonen dan doe je dit met een vergelijkende vraag. Meestal gebruik je niet meer dan twee vergelijkende vragen in je onderzoek en zijn dit deelvragen. Als je hoofdvraag een vergelijkende vraag is, moet je probleemstelling opgelost kunnen worden door verschillen of overeenkomsten te identificeren.

Voorbeelden van vergelijkende vragen
  • Wat is het verschil tussen gebarentaal en lichaamstaal?
  • Wat zijn de overeenkomsten in het politiek systeem tussen Nederland en Rusland?
  • Wat is het verschil tussen de huidige doelgroep en de potentiële doelgroep van organisatie B?

Definiërende vragen

Met definiërende vragen kun je uitzoeken hoe datgene wat je onderzoekt zich verhoudt tot het grotere geheel. Je kunt hiermee een verschijnsel typeren en indelen. Meestal zijn definiërende vragen deelvragen.

Voorbeelden van definiërende vragen
  • Hoe is de nieuwe onderklasse die is ontstaan in Nederland te typeren?
  • Bij welke stroming socialisten is deze nieuwe opkomende beweging in te delen?

Evaluerende of normatieve vragen

Bij evaluerende vragen wil je de waarde ergens van vaststellen. Je wilt bekijken of iets wenselijk, goed, normaal of bruikbaar is. Met evaluerende vragen kun je een mening of oordeel geven. Daarom worden het ook wel meningvragen en ethische vragen genoemd.

Voorbeelden van evaluerende vragen
  • Is het wenselijk dat de achtergrond van nieuwe beveiligingswerknemers van onderneming G wordt gecontroleerd door van hen een Verklaring Omtrent Gedrag te verlangen?
  • Wat is de waarde van een gezonde werkomgeving voor werknemers?

Geen evaluerende vragen voor je hoofdvraag

Je kunt beter geen evaluerende vraag verzinnen voor je hoofdvraag. Je moet als onderzoeker namelijk objectief blijven en dit is lastig om te doen bij een evaluerende vraag.

Verklarende vragen

Verklarende vragen zijn er om de oorzaak van het probleem te achterhalen. Begin de formulering van deze vragen met woorden als ‘wat’, ‘waardoor’, ‘hoezo’ en ‘hoe’.

Voorbeelden van verklarende vragen
  • Waardoor wordt het ziekteverzuim van baliemedewerkers bij Rabobank Nederland veroorzaakt?
  • Hoe komt het dat stof H smelt bij een temperatuur van 170 graden?
  • Wat is de precieze chemische oorzaak van het verkleuren van bladeren in de herfst?

Voorspellende vragen

Met voorspellende vragen kun je een voorspelling doen voor iets dat in de toekomst mogelijk zal plaatsvinden. Je kunt een uitspraak doen over een te verwachten gevolg in de toekomst.

Voorbeelden van voorspellende vragen
  • Hoeveel hypotheken zullen onder water staan als de economische crisis tot 2021 voortduurt?
  • Welke mogelijk gevolgen heeft het vernieuwde belastingplan voor alleenstaande ouderen?
  • Is het openbaar vervoer in Nederland in de toekomst goedkoper dan het vervoer met een eigen auto?

Ontwerpende, probleemoplossende of adviserende vragen

Ontwerpende vragen stel je omdat je nieuwe oplossingen voor bestaande problemen wilt vinden. Deze vragen beginnen vaak met ‘Hoe kunnen we…’. Ontwerpende vragen richten zich op de nabije toekomst.

Voordat ontwerpende vragen gesteld worden, moeten vaak eerst verklarende vragen beantwoord worden. Deze verklarende vragen kunnen bijvoorbeeld deelvragen zijn. De ontwerpende vraag is dan je hoofdvraag.

Voorbeelden van ontwerpende, probleemoplossende en adviserende vragen
  • Hoe kan het ministerie van Onderwijs ervoor zorgen dat Nederland over drie jaar 50% minder analfabeten telt?
  • Hoe kunnen de gemeenten Utrecht, Amsterdam, Den Haag en Rotterdam eraan bijdragen om de jongerenwerkloosheid in de Randstad terug te dringen?

Wanneer gebruik je ontwerpende vragen?

Als onderzoeker is het normaliter niet jouw taak om een oplossing voor het probleem aan te dragen. Je opdrachtgever zal uiteindelijk op basis van je onderzoek zelf een oplossing moeten bedenken.

Gebruik alleen een ontwerpende of adviserende vraag als hoofdvraag of een van je deelvragen als dit van je gevraagd wordt en je bijvoorbeeld ook een adviesplan moet schrijven voor je opdrachtgever over hoe een bepaald probleem moet worden opgelost.

Toetsende vragen

Je gebruikt een toetsende vraag als je een bepaald effect wilt meten. Een toetsende vraag mag een gesloten vraag zijn en mondt vaak uit in een of meerdere hypothese(n). Deze vragen kun je met ja of nee beantwoorden.

Omdat je een effect wilt meten, maak je hierbij vaak gebruik van experimenten. Toetsende vragen komen vaak voor bij wetenschappelijk onderzoek.

Voorbeelden van toetsende vragen
  • Scoren studenten beter op het tentamen als ze online colleges hebben gevolgd in plaats van offline colleges?
  • Welk effect heeft het afnemen van preventieve alcoholcontroles op het aantal mensen dat dronken achter het stuur gaat zitten?

Veelgestelde vragen over soorten onderzoeksvragen

Zijn mijn onderzoeksvragen goed?

Toets zelf hoe goed je onderzoeksvragen zijn met onderstaande lijst vragen. Alleen als het antwoord ‘ja’ is op iedere vraag, zijn ze waarschijnlijk goed: 

  1. Zijn ze niet te makkelijk en is daadwerkelijk onderzoek nodig om ze te beantwoorden? 
  2. Zijn de vragen afgebakend
  3. Past de soort onderzoeksvraag bij het soort onderzoek dat je wilt doen? 
  4. Is de volgorde van de vragen logisch?  

Heb je steeds ‘ja’ geantwoord? Vraag dan nog aan een of twee medestudenten om feedback en suggesties. Bespreek tot slot je onderzoeksvragen met je begeleider.

Kan een beschrijvende onderzoeksvraag de hoofdvraag zijn van mijn scriptie?

Ja, maar op voorwaarde dat de onderzoeksvraag complex genoeg is waardoor hiervoor daadwerkelijk een onderzoek nodig is. Dit betekent dat het antwoord op die vraag niet voorhanden mag liggen. Dan heeft het immers geen nut om hier een onderzoek voor uit te voeren.

Moeten mijn hoofd- en deelvragen dezelfde soort vragen zijn?

Nee, je kunt meerdere type onderzoeksvragen formuleren om antwoord te krijgen op je hoofdvraag. Het is van belang dat je deelvragen helpen je hoofdvraag te beantwoorden en dat je in staat bent om het benodigde onderzoek hiervoor te verrichten. 

Op basis hiervan bepaal je welk soort onderzoeksvragen je moet stellen om je hoofdvraag te beantwoorden.

Hoe bouw ik mijn onderzoeksvragen op?

Je eerste twee deelvragen zijn meestal beschrijvende vragen die je in je theoretisch kader kunt beantwoorden. De volgende deelvragen beantwoord je door middel van analyses in je resultaten. Je hoofdvraag beantwoord je pas in je conclusie

Je deelvragen worden zo in chronologische volgorde (van 1 tot bijvoorbeeld 5) beantwoord. Als je eerst antwoord geeft op deelvraag 3 en daarna pas op 1, dan is de volgorde nog niet logisch.

Mag ik ‘waarom’-vragen gebruiken?

Je kunt beter geen ‘waarom’-vraag opstellen voor de hoofdvraag van je scriptie (maar ook liever niet voor deelvragen), omdat deze vragen vaak niet specifiek genoeg zijn. Je kunt dan beter nog meer vooronderzoek doen en de vraag anders formuleren.

Wat vind jij van dit artikel?
Bas Swaen

Bas is mede-oprichter van Scribbr. Bas komt uit een echt onderwijsgezin en is een ervaren scriptieschrijver. Met heldere uitleg over moeilijke materie probeert Bas studenten op weg te helpen.

3 reacties

Floris
20 juli 2020 om 00:12

Beste,
Moet ik bij mijn onderzoekvragen ook de vragen stellen die door het theoretisch kader worden beantwoord? Of hoort wat in het theoretisch kader behandelt wordt niet bij de onderzoeksvragen?
Hartstikke bedankt!

Beantwoorden

Leon Smits
Leon Smits (Scribbr-team)
20 juli 2020 om 16:34

Hoi Floris,

Vaak zijn de vragen die je in je theoretisch kader behandelt deelvragen. Dus ja, deze moet je ook benoemen.

Groetjes,
Leon

Beantwoorden

Floris
20 juli 2020 om 22:13

Bedankt Leon!

Beantwoorden

Is er iets nog niet helemaal duidelijk of ontbreekt er wat? Laat een opmerking achter.

Please click the checkbox on the left to verify that you are a not a bot.