Hoe schrijf je een stageverslag?

Aan het eind van een stage voor mbo, hbo en universiteit beschrijf je in je stageverslag, afhankelijk van de eisen van je opleiding:

  • je stagebedrijf,
  • je stageopdracht, werkzaamheden en ontwikkeling,
  • je onderzoek.

Als je tijdens je stage onderzoek hebt gedaan (een onderzoeksstage), biedt je stageverslag bovendien inzicht in een probleem van je stagebedrijf. Een stageverslag is gemiddeld 4000 tot 6000 woorden lang, afhankelijk jouw opleiding.

Structuur van je stageverslag

De structuur van een onderzoeksstage en een meewerkstage komen grotendeels overeen. In de tabel hieronder zie je per onderdeel of het van toepassing is op een onderzoeksstage-verslag, meewerkstage-verslag of op beide verslagen.

Onderdeel Verplicht?
1. Voorwoord Afhankelijk van richtlijnen opleiding
2. Samenvatting Alleen verplicht bij onderzoeksstage
3. Inhoudsopgave Afhankelijk van richtlijnen opleiding
4. Inleiding Verplicht in beide verslagen
5. Stagebedrijf en omgeving Verplicht in beide verslagen
6. Opdracht, werkzaamheden en ontwikkeling Afhankelijk van richtlijnen opleiding
7. Het onderzoek Alleen verplicht bij onderzoeksstage
8. Conclusie stage Verplicht in beide verslagen
9. Reflectie Alleen verplicht bij onderzoeksstage

De structuur van je stageverslag is grotendeels afhankelijk van de richtlijnen van je studie. Bekijk deze goed om te bepalen welke onderdelen je in jouw stageverslag moet opnemen.

Ga ook direct na of je naast je stageverslag ook een reflectieverslag en adviesrapport moet schrijven.

Voorbeelden van stageverslagen

Download hieronder een voorbeeld van een meewerkstage en een onderzoeksstage.

Meewerkstage Onderzoeksstage

Wie helpt jou met nakijken?

Betrouwbare hulptroepen vinden is niet makkelijk...

  • Familie
  • Vrienden
  • Studiegenoten
  • Scribbr

We staan altijd voor je klaar

Scribbr Stageverslag-Sjabloon

Om je te helpen makkelijk een stageverslag te schrijven (inclusief en exclusief onderzoek), hebben we een Stageverslag-sjabloon voor je gemaakt.

Hierin staan alle verschillende onderdelen in de juiste volgorde en wordt steeds uitgelegd wat je moet schrijven. Ook is er al een inhoudsopgave voor je gemaakt.

Met de handige vragen die hierin gesteld worden, wordt je stageverslag een stuk eenvoudiger om te schrijven!

Word Google Docs

Wat is een onderzoeksstage? (onderzoeksstage)

Als je een onderzoeksstage doet, werk je een aantal dagen mee bij je stagebedrijf en doe je daarnaast eigen onderzoek. Je hebt meestal 1 of 2 dagen de tijd om aan je verslag te werken, al dan niet op locatie.

Als mbo- of hbo-student loop je vaak één of meer meewerkstages of onderzoeksstages. Voor de universiteit doe je bijna altijd een onderzoeksstage.

Titelpagina van je stageverslag

De titelpagina bevat de volgende onderdelen:

  • titel van het document (eventueel ook een ondertitel)
  • naam stagiair en studentnummer
  • naam klas, vak, jaargang of cursus
  • naam van het stagebedrijf
  • naam en voorletters van je stagebegeleider
  • naam en voorletters van je docent
  • naam van de onderwijsinstelling
  • maand en jaar van publicatie

Schrijf een titel die de inhoud van je stageverslag duidelijk weergeeft.

Voorwoord in je stageverslag

Je voorwoord in je stageverslag, van maximaal 300 woorden, gebruik je om:

  1. jezelf voor te stellen,
  2. de aanleiding voor de stage en/of je interesse in het onderzoeksonderwerp toe te lichten,
  3. mensen te bedanken die je hebben geholpen.

Je eindigt je voorwoord met je naam, plaats en datum.

Samenvatting van je stageverslag (onderzoeksstage)

In je samenvatting vat je kort samen wat in je stageverslag staat. Je gaat kort in op de aanleiding, het onderwerp, onderzoeksprobleem, de bedrijfs- en brancheomschrijving, onderzoeksmethoden, resultaten, conclusie en aanbevelingen.

Je samenvatting moet los van de rest van je stageverslag gelezen kunnen worden en is maximaal 1 A4 lang.

Geef kort en bondig in een lopende tekst antwoord op de volgende vragen in de samenvatting van je stageverslag:

  1. Waarom heb je dit onderzoek uitgevoerd?
  2. Wat is het onderwerp van je onderzoek?
  3. Welk probleem heb je onderzocht?
  4. Wat wil je met je stageverslag bereiken (doelstelling)?
  5. Wat is de centrale vraag van je onderzoek?
  6. Welke kenmerken van het bedrijf en de omgeving (interne/externe analyse) zijn essentieel om te kennen om de rest van je onderzoek te begrijpen?
  7. Met welke methoden heb je het onderwerp onderzocht?
  8. Wat zijn de belangrijkste resultaten uit jouw probleemanalyse?
  9. Welk inzicht heb je verkregen over je onderzoeksprobleem, oftewel wat is het antwoord op je hoofdvraag?
  10. Wat is jouw advies voor je stagebedrijf op basis van jouw resultaten?

Bekijk nu een voorbeeld van een samenvatting in een stageverslag:

Voorbeeld samenvatting

Inhoudsopgave

Gebruik automatische koppen in Word (Kop 1, 2, 3 etc.) zodat je met een druk op de knop automatisch een inhoudsopgave kunt maken. Dit scheelt je een hoop werk en tijd!

Inleiding van je stageverslag (verplicht)

Dit is je eerste hoofdstuk. Deze inleiding van je stageverslag is ongeveer 800 woorden lang en bevat:

Onderdeel Verplicht in…
Aanleiding Onderzoeks- en meewerkstage-verslag
Opdracht en werkzaamheden Onderzoeks- en meewerkstage-verslag
Opdrachtgever en stagebegeleider Onderzoeks- en meewerkstage-verslag
Onderzoeksprobleem Alleen onderzoeksstage-verslag
Stage- en leerdoelen en onderzoeksdoelstelling
(laatste alleen bij onderzoeksstage)
Onderzoeks- en meewerkstage-verslag
Belanghebbenden bij het onderzoeksprobleem Alleen onderzoeksstage-verslag
Onderzoeksopzet Alleen onderzoeksstage-verslag
Leeswijzer Onderzoeks- en meewerkstage-verslag

Stagebedrijf en omgeving

In ieder stageverslag moet je een hoofdstuk opnemen waarin je jouw stagebedrijf en zijn externe omgeving beschrijft. Je gaat in op de kenmerken van de organisatie die nodig zijn om een goed beeld te geven van de organisatie, en die relevant zijn voor jouw stage en/of onderzoek.

Als je een hbo-opleiding volgt, ga je dieper in op de stagebedrijf-omschrijving in de vorm van een interne en/of externe analyse. Dit doe je om te achterhalen welke factoren mogelijk bijdragen aan het probleem dat je onderzoekt.

Je kunt voor deze analyses onderzoeksmodellen gebruiken, zoals het visgraatmodel, het 7s-model van Kinsey, een SWOT-analyse, DESTEP-analyse of het vijfkrachtenmodel van Porter.

Opdracht en werkzaamheden

Dit onderdeel kun je samenvatten in een hoofdstuk, maar ook opdelen in 2 hoofdstukken, afhankelijk van jouw opleiding.

Opdracht

Je opdracht is je vooraf bepaalde takenpakket (oftewel stageopdracht), inclusief de afspraken die je hebt gemaakt met je stagebedrijf en opleiding. Je geeft antwoord op:

  • Wat was de opdracht die je moest uitvoeren?
  • Welke afspraken heb je gemaakt met je stagebegeleider wat betreft taken die je zou uitvoeren?
  • Wat verwachtte je hiervan?
Voorbeeldzinnen stageopdracht in stageverslag
  • De stageopdracht luidde als volgt: [..].
  • Vervolgens heb ik aparte afspraken gemaakt met mijn stagebegeleider met betrekking tot mijn taken en de werktijden. Zo zijn we overeengekomen dat ik hoofdzakelijk aan [..] en [..] zou werken en iedere werkdag van [..] tot [..] aanwezig moest zijn op de afdeling [..].
  • De stageopdracht leek uitdagend en ik verwachtte dat ik een goede invulling kon geven aan de taken op basis van de kennis die ik tijdens mijn studie heb opgedaan.

Werkzaamheden

Dit zijn de taken en werkzaamheden die je uiteindelijk hebt uitgevoerd. Je geeft antwoord op de vragen:

    • Wat was je uiteindelijke functie?
    • Welke taken had je in de praktijk tijdens je stage?
    • Welke werkzaamheden heb je uitgevoerd?
    • Welke problemen heb je opgelost?
    • Sloten de taken en werkzaamheden aan bij je studie?
    • Wat waren de resultaten van je werkzaamheden?
Voorbeeldzinnen werkzaamheden in je stageverslag
  • Uiteindelijk week mijn functie af van de stageopdracht en heb ik vooral als [..] binnen het bedrijf gewerkt. Ik kreeg dus meer verantwoordelijkheden dan van tevoren afgesproken.
  • Tijdens de stage heb ik in de praktijk de volgende taken uitgevoerd: [..], [..] en [..]. Hiervoor ben ik onder andere werkzaam geweest als [..] en [..].
  • Tijdens deze werkzaamheden heb ik te maken gehad met verschillende problemen, zoals [..]. Dit probleem heb ik opgelost door na in overleg te gaan met mijn stagebegeleider en vervolgens [..] te ondernemen.
  • De taken en werkzaamheden die ik heb uitgevoerd sluiten deels aan bij mijn studie. Zo kon ik voor [..] en [..] mijn theoretische kennis toepassen en terugvallen op wat ik geleerd heb tijdens het vak [..]. Echter, [..] en [..] heb ik voornamelijk goed kunnen uitvoeren met de hulp van [..].

Evaluatie of reflectie

Je voegt zowel bij een onderzoeksstage als een meewerkstage een evaluatie of reflectie toe aan je verslag. In een meewerkstage-verslag volgt dit onderdeel na de omschrijving van je werkzaamheden en in een onderzoeksstage-verslag na je conclusie. Dit doe je alleen wanneer je niet al een reflectieverslag hoeft in te leveren.

In je evaluatie of reflectie ga je in op je eigen functioneren, de samenhang tussen de opleiding en de stage en de leerdoelen en de competenties die je hebt verworven tijdens je stage, oftewel de ‘lessons learned’. Als je een evaluatie moet schrijven, is dit onderdeel iets anders dan wanneer je aan je stageverslag een reflectie moet toevoegen.

Als je jouw stage evalueert, beschrijf je hoe de stage is verlopen, hoe je hebt gehandeld, wat goed ging, wat je anders zou doen en hoe je begeleid werd. Bovendien evalueer je of de stage samenhangt met je studie en hoe. Tot slot geef je aan welke leerdoelen je hebt behaald en welke competenties je hebt verworven. In je evaluatie beantwoord je de volgende vragen:

  • Hoe is je stage in het algemeen verlopen?
  • Hoe zijn je werkzaamheden verlopen?
  • Hoe heb je in verschillende situaties gehandeld?
  • Wat ging volgens jou goed?
  • Wat zou je anders doen?
  • Hoe verliep de begeleiding?
  • Hoe hangt je stage samen met je studie?
  • Welke theoretische kennis kon je toepassen in de praktijk?
  • Welke verworven vaardigheden zijn nuttig voor je toekomstige loopbaan?
  • Welke leerdoelen en competenties heb je verworven?
  • Wat zijn je toekomstige leerdoelen?

Als je reflecteert op je stage ga je in op alle aspecten hierboven én de oorzaken ervan. Je geeft daarnaast aan hoe je je tijdens bepaalde situaties voelde. De achterliggende gedachte is dat je in staat bent jezelf te veranderen of bewuster te handelen als je weet waarom je iets doet.In je reflectie beantwoord je dus deze vragen:

  • Hoe is je stage in het algemeen verlopen en waarom?
  • Hoe zijn je werkzaamheden verlopen en waarom?
  • Hoe heb je in verschillende situaties gehandeld en waarom?
  • Wat ging volgens jou goed en waarom?
  • Hoe voelde je je daarbij?
  • Wat zou je anders doen en waarom?
  • Hoe verliep de begeleiding en waarom?
  • Hoe hangt je stage samen met je studie?
  • Welke theoretische kennis kon je toepassen in de praktijk?
  • Welke leerdoelen en competenties heb je verworven?
  • Wat zijn je toekomstige leerdoelen en waarom?
  • Hoe voel je je over je stage?

Als je een reflectie toe moet voegen, kun je op situaties reflecteren met behulp van de STARR-methode, het model van Korthagen of het ABCD-reflectiemodel.

Het onderzoek (onderzoeksstage)

Onderzoeksvragen

Op basis van het onderzoeksprobleem stel je onderzoeksvragen op die je in je stageverslag beantwoordt. De antwoorden bieden meer inzicht in dit probleem wat uiteindelijk bijdraagt aan de oplossing ervan. Je hoofdvraag is de belangrijkste vraag en moet onderzoekbaar, haalbaar, specifiek en relevant zijn.

Je kunt je onderzoeksvragen in een apart hoofdstuk bespreken, maar je kunt deze ook al presenteren in je inleiding, zoals je zou doen in de inleiding van een scriptie. Formuleer maximaal 5 onderzoeksvragen.

Theoretisch kader in je stageverslag

In het theoretisch kader van je stageverslag ga je in op de belangrijkste begrippen, theorieën en modellen die met je onderwerp te maken hebben. Je legt hierbij uit wat deze inhouden, geeft aan welke definities je hanteert en beantwoordt beschrijvende deelvragen.

Het theoretisch kader van je stageverslag is zo lang als je nodig hebt om relevante theorieën en modellen uit te leggen en antwoord te geven op je deelvragen. Dit hangt sterk af van het soort onderzoek dat je doet en je opleiding.

Methodologie van je stageverslag

In je methodologie ga je in op je onderzoeksmethoden. Je geeft aan welk soort onderzoek je hebt gedaan, hoe je data hebt verzameld, de data-kenmerken, het onderzoeksverloop en de wijze van data-analyse.

Je methodologie in je stageverslag is meestal niet langer dan 1 of anderhalve A4.

Resultaten

In je resultatenhoofdstuk bespreek je de belangrijkste resultaten van je onderzoek die antwoord geven op deelvragen die je hebt opgesteld en/of bijdragen aan het antwoord op je hoofdvraag. Je kunt je resultaten indelen per deelvraag, per onderzoeksmethode of per deelonderwerp.

Verduidelijk je resultaten door middel van citaten, grafieken en figuren. Op deze manier kun je resultaten verklaren, inzichtelijker maken en gemakkelijker weergeven. In je bijlagen neem je alle resultaten op, waaronder resultaten die niet relevant zijn voor de beantwoording van je hoofdvraag.

Conclusie, discussie en aanbevelingen (onderzoeksstage)

In je conclusie geef je een duidelijk, kort en bondig antwoord op je hoofdvraag gebaseerd op je resultaten. Dit is je conclusie.

Hierbij geef je ook aan of je inmiddels door je onderzoek meer of zelfs een volledig inzicht hebt in het onderzoeksprobleem. Is dit niet zo? Geef dan aan wat je stagebedrijf mogelijk zou kunnen doen om een volledig inzicht te krijgen (toekomstig vervolgonderzoek). Dit is je discussie.

Hierna ga je in op (eventuele) consequenties van het onderzoeksprobleem voor je stagebedrijf en doe je jouw aanbevelingen gebaseerd op het onderzoek dat je hebt gedaan. Doe niet meer dan 5 aanbevelingen. Als je ook al een adviesrapport inlevert, hoef je geen aanbevelingen te schrijven.

Samen zijn je conclusie, discussie en aanbevelingen ongeveer 500 tot 900 woorden lang, vooral afhankelijk van het aantal beperkingen en aanbevelingen.

Conclusie (meewerkstage)

Als je geen onderzoek hebt gedaan, schrijf je in de conclusie van je stageverslag in ongeveer 300 tot 700 woorden:

  • wat je uiteindelijk van je stage hebt geleerd (de leerdoelen die je hebt behaald),
  • wat je ervan vond,
  • hoe goed je studie aansluit op je stage en eventueel het werkveld,
  • en wat voor gevolgen deze stage heeft gehad voor jouw visie op de toekomst.

Schrijftips voor je stageverslag

Schrijf je stageverslag in de ik-vorm in een formele stijl als je het over je stage en stagewerkzaamheden hebt of je evaluatie of reflectie schrijft. Hanteer een academische stijl wanneer je je onderzoek schrijft.

Zorg ervoor dat je actief schrijft, vaag taalgebruik voorkomt en niet te zeer in de eerste persoon (enkelvoud en meervoud: wij, ons, onze) praat over je stagebedrijf of je collega’s.

Voorbeeld taalgebruik in een stageverslag

Correct taalgebruik Liever niet…
Ik-vorm:
Ik heb daarom gekozen voor…
Onnodig passief:
Er werd daarom gekozen voor…
Vaag taalgebruik voorkomen:
Tijdens de werkzaamheden met A vroeg ik medewerker X mij te helpen bij Y omdat ik alleen Z niet op tijd af kon krijgen…
Te vaag:
Toen vroeg ik om hulp.
Schrijf in de derde persoon over je stagebedrijf:
De medewerkers van stagebedrijf X spreken dagelijks in de ochtend de werkzaamheden van de dag door.
Foutief gebruik eerste persoon meervoud:
Mijn collega’s spreken dagelijks in de ochtend onze werkzaamheden van de dag door.

Werkwoordstijden in je stageverslag

Voor de werkwoordstijden kun je dit schema gebruiken:

  • Om leerdoelen en competenties te beschrijven: 
    1. Onvoltooid tegenwoordige tijd: De leerdoelen die in de studiegids staan, zijn:…
    2. Voltooid tegenwoordige tijd: Voordat ik met de stage begon, heb ik de volgende leerdoelen opgesteld:…
    3. Onvoltooid verleden tijd: De competenties die hierbij hoorden, waren:…

  • Om ervaringen in het verleden te beschrijven: 
    1. Voltooid tegenwoordige tijd: Ik heb aangegeven dat ik hiermee…
    2. Onvoltooid verleden tijd: Toen dat gebeurde, was…
    3. Voltooid verleden tijd: Ik had het materiaal al opgeborgen, toen hij vroeg of…

  • Om te reflecteren of evalueren:
    1. Onvoltooid tegenwoordige tijd: Ik voel me verdrietig wanneer…
    2. Voltooid tegenwoordige tijd: Ik heb op dat moment correct gehandeld, want…
    3. Onvoltooid verleden tijd: Toen hij dat aangaf, was mijn antwoord kortaf omdat…

  • Om toekomstige leerdoelen of handelingen te beschrijven: 
    1. Onvoltooid tegenwoordige tijd: Daarom zijn mijn toekomstige leerdoelen:…
    2. Onvoltooid toekomende tijd: In de aankomende periode zal ik mij richten op…

Structuur Check van een stageverslag

Ben je niet zeker over de structuur van je stageverslag? Laat dan je verslag nakijken door Scribbr-editors met behulp van de speciale Structuur Check voor je stageverslag!

Checklist: Stageverslag

0 / 17

Gefeliciteerd!

Je stageverslag zit nu in ieder geval goed in elkaar. Zorg er met onze nakijkdienst voor dat je het document zonder taalfouten kunt inleveren.

Stageverslag nakijken op taal Terug naar de stageverslagchecklist

Veelgestelde vragen over het stageverslag

Wanneer schrijf ik het stageverslag?

Je schrijft een stageverslag nadat je de stage hebt afgerond of als je in de afrondende fase bent. Tijdens je stage is het wel een goed idee om alvast sommige onderdelen te schrijven. Zo kun je de vrij snel schrijven over het bedrijf, de omgeving en de stageopdracht, maar kun je pas aangeven welke werkzaamheden je daadwerkelijk hebt verricht en deze evalueren aan het einde van je stage.

Als je een onderzoeksstage doet kun je onze werkplanning voor een scriptie gebruiken en tijdens je onderzoek al je theoretisch kader, methodologie en resultaten schrijven.

Waarom moet ik een stageverslag schrijven?

Je schrijft een stageverslag om aan je docent en stagebegeleider te laten zien wat je geleerd hebt, wat je gedaan hebt en hoe je je hebt ontwikkeld. Je toont hiermee aan dat je begrijpt hoe het bedrijf werkt en hoe je meer relevante praktijkkennis hebt gedaan in de lijn van jouw studie.

Als je een onderzoeksstage doet, laat je bovendien zien dat je een valide onderzoek kunt doen en helpen je onderzoeksresultaten meer inzicht te krijgen in het onderzoeksprobleem waarmee je stagebedrijf kampt.

Hoe beoordeelt een docent mijn stage aan de hand van mijn stageverslag?

Je docent is niet iedere dag bij jou terwijl je stage loopt en heeft ook niet voortdurend contact met je stagebegeleider. Enkel op basis van het rapport van jouw stagebegeleider en vooral op basis van jouw stageverslag kan je docent je stage beoordelen.

Je docent let hierbij op de volgende aspecten:

  • Of je stagewerkzaamheden aansluiten op je studie.
  • Of je de juiste leerdoelen hebt opgesteld en deze hebt behaald.
  • Hoe je je binnen het stagebedrijf en tijdens de stage hebt ontwikkeld.
  • Of je voldoende inzicht hebt verkregen in je stagebedrijf in je bedrijfsomschrijving en brancheomschrijving en of je hierbij op de juiste manier de juiste modellen hebt toegepast.
  • Of je op objectieve wijze je eigen handelen en gedrag kunt evalueren.
  • Of je onderzoek valide en betrouwbaar is.
  • Of je een goed geschreven en georganiseerd stageverslag hierover kunt schrijven.
Wat is het verschil tussen een stageverslag en een reflectieverslag?

Het verschil tussen een stageverslag en een reflectieverslag is groot. In je stageverslag is een reflectie (of een evaluatie) slechts een onderdeel van het verslag en beschrijf je de gehele stageperiode, het stagebedrijf en zijn omgeving, je stageopdracht en werkzaamheden en verbind je hier een conclusie aan.

In je reflectieverslag daarentegen ga je enkel in op betekenisvolle situaties en bespreek je die zeer uitvoerig. Je focust hierbij vooral op je eigen ontwikkeling en gevoel.

Wat is het verschil tussen een scriptie en een onderzoeksstage-verslag?

Als je de structuur van een onderzoeksstage-verslag ziet, lijkt het veel op een scriptie. Dat klopt! Een stageverslag voor een onderzoeksstage is gedeeltelijk een soort scriptie in het klein, maar is wel degelijk verschillend.
De verschillen zijn de volgende:

  1. Het onderzoek voor de onderzoeksstage en het verslag zelf zijn minder uitvoerig dan een scriptie.
  2. Je neemt altijd een stagebedrijfomschrijving op in je stageverslag.
  3. Hoofdstukken in je stageverslag hebben iets andere kenmerken.
  4. Je kunt in plaats van hoofdstukken ook paragrafen gebruiken voor de onderdelen: onderzoeksvragen, theoretisch kader, methodologie en resultaten. Dit is dan je onderzoeksomschrijving.
  5. Je voegt aan je stageverslag eventueel een evaluatie of reflectie na je conclusie en aanbevelingen.
  6. Je kunt in je stageverslag zonder problemen de ik-vorm gebruiken.

Wat vind jij van dit artikel?
Lou Benders

Lou was Scribbrs Product- en Kwaliteitsmanager tot ze naar Italië verhuisde voor de liefde en het lekkere weer. Nu werkt ze op afstand aan Scribbrs diensten en aan handige artikelen over academische teksten.

1 reactie

Lou Benders
Lou Benders (Scribbr-team)
6 januari 2020 om 13:00

Bedankt voor het lezen! Ik hoop dat je er iets aan hebt gehad. Is er nog iets onduidelijk of ontbreekt er iets aan het artikel? Laat een opmerking achter, dan zal ik proberen je te antwoorden.

Is er iets nog niet helemaal duidelijk of ontbreekt er wat? Laat een opmerking achter.

Please click the checkbox on the left to verify that you are a not a bot.