Bijlagen opnemen en opmaken volgens de APA-stijl

Dit artikel beschrijft de Nederlandse 7de editie APA-stijl richtlijnen.

Bijlagen kun je gebruiken om extra informatie toe te voegen die niet in de hoofdtekst past. Zo blijft je hoofdtekst overzichtelijk en bondig. Veel studenten voegen interviewtranscripten, enquêtes of tabellen en figuren toe als bijlage.

APA geeft richtlijnen voor de opmaak van de bijlagen van je document. De meeste hogescholen en universiteiten hanteren de APA-richtlijnen alleen voor de bronvermelding en niet voor de opmaak. Mocht je toch van de APA-opmaak willen uitgaan, dan kun je de richtlijnen uit dit artikel volgen.

Gebruik je de APA-stijl niet, maar wil je toch meer weten over bijlagen? Lees dan het volgende artikel over het gebruik van bijlagen in je scriptie.

Naar een bijlage verwijzen in de tekst

Het is belangrijk dat je in je hoofdtekst minimaal één keer naar iedere bijlage verwijst. Als je niet naar informatie uit de bijlage verwijst, dan hoef je de informatie niet toe te voegen (tenzij instructies anders voorschrijven).

Als je één bijlage toevoegt, noem je deze simpelweg “Bijlage”. Zo verwijs je er dan ook naar in de tekst:

Verwijzen in tekst met één bijlage
In het interview stelde participant A dat ze “toe was aan een nieuwe uitdaging” (zie Bijlage).

Als je meer dan één bijlage toevoegt, dan noem je de bijlagen “Bijlage A”, “Bijlage B”, enzovoorts.

Je rangschikt je bijlagen op basis van de volgorde waarin ze in de hoofdtekst worden genoemd. Als je eerst naar een beschrijving van de gebruikte apparatuur verwijst en vervolgens de interviewtranscripten noemt, dan krijgt de bijlage over apparatuur de titel “Bijlage A” en de bijlage met de transcripten de titel “Bijlage B”.

Verwijzen in tekst met meerdere bijlagen
  • Bijlage A bevat een gedetailleerde uiteenzetting van de gebruikte apparatuur.
  • Participant 1 stelde dat hij zich vaak “vervreemd” voelde van zijn studiegenoten, vanwege zijn achtergrond (zie Bijlage B voor de volledige interviewtranscripten).

APA plaatsing bijlage (7de editie)
Het is niet nodig om iedere keer naar een bijlage te verwijzen als je hetzelfde interview aanhaalt.

Voorbeeld: De opmaak van een bijlage

Als je van de APA-opmaak wilt uitgaan voor je bijlagen, dan kun je deze richtlijnen volgen:

  • Je plaatst de bijlagen na je literatuurlijst.
  • De titel “Bijlage” komt bovenaan de pagina te staan, dikgedrukt en gecentreerd.
  • Op de volgende regel geef je een beschrijvende titel, ook dikgedrukt en gecentreerd.
  • De tekst wordt weergegeven volgens de APA-opmaakrichtlijnen:
    • links uitgelijnd
    • dubbele regelafstand
    • met paginanummers in de rechterbovenhoek
  • Je begint iedere bijlage op een nieuwe pagina.

Het onderstaande voorbeeld laat zien hoe je een bijlage kunt opmaken volgens de APA-stijl.

APA bijlage (7de editie)

Zijn jouw APA-bronvermeldingen foutloos?

De AI-gedreven APA Checker toont je iedere fout in je bronvermelding en legt je uit hoe je het oplost. Nooit meer een lager cijfer door bronvermelding!

Aan de slag

Tabellen en figuren in bijlagen een naam geven

Een bijlage kan deels of volledig uit tabellen en/of figuren bestaan. Gebruik hiervoor dezelfde opmaakrichtlijnen als voor tabellen en figuren in de hoofdtekst.

Voor tabellen en figuren in je bijlagen wordt een andere naamgeving gehanteerd. Je gebruikt de letter van de bijlage als toevoeging bij het tabel- of figuurnummer. Tabellen en figuren worden nog steeds apart van elkaar genummerd in de volgorde waarin ze aan bod komen in de bijlage.

In Bijlage A heb je bijvoorbeeld Tabel A1, Tabel A2, Figuur A1 en Figuur A2.

Bij iedere nieuwe bijlage begint de nummering opnieuw.

In Bijlage B hebben de eerste twee tabellen de labels Tabel B1 en Tabel B2. De eerste tabel in Bijlage C krijgt vervolgens het label Tabel C1.

Als je maar één bijlage hebt, gebruik je A1, A2 (enzovoorts) voor de tabellen en figuren, ook al krijgt de titel van die bijlage geen letter.

Als je in de hoofdtekst specifiek wilt verwijzen naar een tabel of figuur uit de bijlage, gebruik je het bijbehorende label.

  • Concurrent A scoort het hoogst op het onderdeel “klantbinding” (zie Tabel A3).
  • Figuur B2 toont de stijging van huizenprijzen.

Als een bijlage geheel uit één tabel of figuur bestaat, krijgen deze geen label. Als Bijlage C bijvoorbeeld alleen een tabel bevat, dan verwijs je naar de tabel met “Bijlage C” in plaats van met een specifiek label.

Wat vind jij van dit artikel?
Julia Merkus

Julia heeft een bachelor in Nederlandse Taal en Cultuur, een master in Linguistics en een master in Taal- en Spraakpathologie. Na enkele jaren als editor schrijft ze nu artikelen over alles wat bij een scriptie komt kijken om zo studenten met succes te laten afstuderen.

1 reactie

Julia Merkus
Julia Merkus (Scribbr Team)
2 april 2021 om 13:01

Ik hoop dat dit artikel je heeft geholpen. Is er nog iets onduidelijk? Ik doe mijn best om vragen en opmerkingen te beantwoorden. :)

Is er iets nog niet helemaal duidelijk of ontbreekt er wat? Laat een opmerking achter.

Please click the checkbox on the left to verify that you are a not a bot.