Lidwoorden (de, het, een)

De lidwoorden ‘de’ en ‘het’ staan voor zelfstandig naamwoorden of voor woorden die zelfstandig gebruikt worden; werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden kunnen ook zelfstandig naamwoorden zijn.

In het Nederlands is het heel lastig om te weten welk lidwoord je moet gebruiken. Er zijn hiervoor eigenlijk geen regels, je moet dus wanneer je niet zeker bent welk lidwoord je moet gebruiken, het woord in het woordenboek opzoeken.

Mannelijk, vrouwelijk of onzijdig

Wanneer achter een woord een ‘v’ (vrouwelijk) of een ‘m’ (mannelijk) staat tussen haakjes, dan betekent dit dat je ‘de’ moet gebruiken, wanneer er een ‘o’ staat, voor onzijdig, dan moet je ‘het’ gebruiken.

Voorbeeld: Het lidwoord ‘de’ en het lidwoord ‘het’

Scriptie (de: m) – de scriptie

Onderzoek (het: o) – het onderzoek

Altijd ‘de’ bij meervoud

Het meervoud van een zelfstandig naamwoord gaat altijd met ‘de’, ook wanneer het enkelvoud met ‘het’ gaat.

Voorbeeld 2: Meervoud zelfstandig naamwoord altijd ‘de’
EnkelvoudMeervoud
Het huisDe huizen
Het hertDe herten
Het resultaatDe resultaten
Wist je dat...

De structuur, lay-out en het (academische) taalgebruik in je scriptie of verslag ook invloed hebben op je cijfer? Als jouw scriptie veel taalfouten bevat dan daalt de betrouwbaarheid van je scriptie.

Slordig overkomen is natuurlijk niet wat je wil!

Ontdek de nakijkservice

Verkleinwoorden en zelfstandige werkwoorden met ‘het’

En terwijl het meervoud altijd met ‘de’ wordt gecombineerd, gaan verkleinwoorden en werkwoorden die zelfstandig gebruikt zijn altijd met ‘het’.

Voorbeeld: Verkleinwoorden en werkwoorden zelfstandig gebruikt altijd ‘het’
VerkleinwoordZelfstandig gebruikt werkwoord
Het meisjeHet onderzoeken
Het fietsjeHet zwemmen
Het nootjeHet geeuwen

Lijst van zelfstandig naamwoorden met hun lidwoorden

Hieronder staat een overzicht van een aantal veelgebruikte zelfstandig naamwoorden in een scriptie en hun lidwoorden.

DeHet
aandachtalternatief
aanleidinganalyseren
alineagebruik
analysehoofdstuk
conclusielezen
eigenschapliteratuuronderzoek
figuuronderdeel
grafiekonderscheid
hypotheseonderzoek
informatieprobleem
inleidingresultaat
leeswijzerschema
paragraaftekenen
probleemstellingtheoretisch kader
scriptieuiteenzetten
sectieverschil
tabelalternatief
thesisanalyseren
uiteenzettinggebruik
vergelijkinghoofdstuk

Wanneer gebruik je het lidwoord ‘een’

‘Een’ wordt voor een werkwoord gebruikt in plaats van ‘de’ of ‘het’ wanneer het zelfstandig naamwoord waar het om gaat voor het eerst genoemd wordt, wanneer het dus onbekend is, of wanneer niet een specifiek ‘iets’ bedoeld wordt.

Voorbeeld: Het gebruik van ‘een’

Het is een onderzoek dat… (voor het eerst geïntroduceerd)

Een boom stond in de weg. (onduidelijk welke/ onbelangrijk welke boom)

Ik hoor een jongen. (geen specifieke jongen wordt bedoeld)

Let op: Je kunt ‘een’ voor bijna alle zelfstandige naamwoorden plaatsen in bovenstaande contexten, maar nooit voor een meervoud of voor stoffen. Ook kun je deze niet combineren met werkwoorden die zelfstandig gebruikt zijn.

Voorbeeld: Nooit ‘een’ bij meervoud of voor stoffen
NietWel
Een mensen gaan naar huis.Mensen gaan naar huis.
Ik geef hem een euro’s.Ik geef hem euro’s.
Een onderzoeken duurde lang.Het onderzoeken duurde lang.

Foutief gebruik van ‘de’, ‘het’ en ‘een’

Vaak wordt ‘de’ of ‘het’ gebruikt voor een zelfstandig naamwoord, wanneer eigenlijk ‘een’ gebruikt moet worden. Dit gebeurt meestal wanneer een zelfstandig naamwoord voor het eerst geïntroduceerd wordt en wanneer daarna niet direct gespecificeerd wordt wat bedoeld wordt.

Voorbeeld 6: Vaak foutief gebruik van ‘de’ of ‘het’

Niet: In het vorige onderzoek werd verteld over de eigenschappen van de kikkers. Dit onderzoek gebruik ik om de kikkers te bestuderen.*

Wel: In een vorig onderzoek werd verteld over de eigenschappen van kikkers. Dit onderzoek gebruik ik om kikkers te bestuderen.

*Hier is nog niet duidelijk over welk onderzoek het gaat. Daarnaast weten we ook niet welke kikkers bedoeld worden en of er wel op een specifieke groep kikkers gedoeld wordt.
Soms wordt ook ‘een’ gebruikt terwijl eigenlijk ‘de’ of ‘het’ gebruikt moet worden.

Voorbeeld 7: ‘Een’ gebruiken terwijl ‘de’ of ‘het’ gebruikt moet worden

Niet: In dit onderzoek bestuderen wij een auto, Aviara van het merk Mezedes, waarvan er maar één gemaakt is.*

Wel: In dit onderzoek bestuderen wij de auto, Aviara van het merk Mezedes, waarvan er maar één gemaakt is.

*Omdat hier heel duidelijk aangegeven wordt welke auto bedoeld wordt, in de zin zelf, en omdat er ook maar één van is, kun je hier niet spreken over ‘een’ auto.

Wat vind jij van dit artikel?
Lou Benders

Lou was eerder Scribbrs Product- en Kwaliteitsmanager tot ze naar Italië verhuisde voor de liefde en het lekkere weer. Nu werkt ze in de zon aan Scribbr's diensten en nuttige artikelen om jou te helpen met academische teksten.

Geen taalfouten en pijnlijke missers in je scriptie?

Schakel snel een professionele editor van Scribbr in.
Meer info & prijzen »
Trustpilot score van 9.8

Nog geen reacties

Reageer