Het gebruik van de ik-vorm in scripties

Gepubliceerd op door Laatste update op: 25 september 2015

Het is een van de lastigste vragen voor elke scriptieschrijver: gebruik je persoonlijk voornaamwoorden als ‘ik’ en ‘wij’ of probeer je ze zoveel mogelijk te vermijden?

Sommige universiteiten en hogescholen hebben een richtlijn, maar in veel gevallen zul je zelf een keus moeten maken.

Algemene regel: vermijd het gebruik van persoonlijk voornaamwoorden.

In het algemeen doe je er goed aan om het gebruik van ‘ik’ en ‘wij’ te beperken. Een scriptie of afstudeerverslag is een onafhankelijke, objectieve proeve van bekwaamheid. Als onderzoeker in opleiding is het af te raden jezelf in de tekst in te brengen. Je werk komt betrouwbaarder en wetenschappelijker over wanneer je niet naar jezelf verwijst.

Uitzonderingen

Er zijn een aantal uitzonderingen op deze regel. In sommige delen van je scriptie is het geaccepteerd of zelfs wenselijk om persoonlijk voornaamwoorden te gebruiken.

In een voorwoord, dankwoord of nawoord kun je een persoonlijke noot toevoegen, en dan is het aansprekend om in de ik-vorm te schrijven:

(1) Allereerst wil ik mijn begeleider bedanken voor zijn steun.

In een reflectie-onderdeel sta je stil bij je eigen ontwikkeling en het is logisch om dat in de eerste persoon te doen.

(2) Tijdens het onderzoek liep ik tegen een aantal problemen aan.

In de methodologie-sectie van een scriptie is het vaak ook gewenst om te spreken in de ik-vorm. Je beschrijft hier namelijk de keuzes die je als onderzoeker gemaakt hebt:

(3) Na bestudering van de opties heb ik gekozen om diepte-interviews af te nemen.

Alternatieven

In het grootste deel van een scriptie is het gebruik van ‘ik’ echter af te raden. Dat betekent dat je op zoek moet naar alternatieven. De meest voor de hand liggende is de zin in een passieve vorm te gieten. In de inleiding van een scriptie komen vaak formuleringen als de volgende voor:

(4) In hoofdstuk drie behandel ik het volgende onderwerp.

Je kunt dit omschrijven als een passieve zin:

(4a) In hoofdstuk drie wordt het volgende onderwerp behandeld.

Het probleem met passieve zinnen is echter dat ze een scriptie al gauw stijf en moeilijk leesbaar maken. Daarom loont het de moeite om andere alternatieven te zoeken. Hieronder een aantal mogelijkheden:

(4b) In hoofdstuk drie komt het volgende onderwerp aan bod.

(4c) In hoofdstuk drie komt het volgende onderwerp aan de orde.

(4d) Hoofdstuk drie gaat over het volgende onderwerp.

(4e) Hoofdstuk drie behandelt het volgende onderwerp.

Dit is uiteraard maar één voorbeeld, maar het loont de moeite om per geval op zoek te gaan naar een passend alternatief, en niet klakkeloos het passief te kiezen. Het zijn juist dit soort details die bepalen of een scriptie aansprekend is en soepel leest.

Ik of wij?

Er wordt wel eens voorgesteld om in plaats van de ik-vorm de wij-vorm te gebruiken: een soort majesteitsmeervoud. Dat komt meestal verwarrend of hoogdravend over en is daarom niet aan te raden. Soms kun je wel de lezer betrekken bij de scriptie, bijvoorbeeld wanneer je terugverwijst naar iets dat eerder besproken is:

(5) In hoofdstuk drie hebben we immers geconcludeerd dat hiervan geen sprake is.

Verder is ‘wij’ alleen maar te verkiezen wanneer het daadwerkelijk om meerdere onderzoekers gaat:

(6) We hebben dit onderzoeksteam opgezet om de volgende vraag te beantwoorden.

Verschillende disciplines

Er is tot slot een verschil in het gebruik van de ik-vorm in verschillende wetenschappelijke disciplines. Over het algemeen zijn persoonlijk voornaamwoorden eerder toegestaan in de alfawetenschappen, zoals filosofie en geschiedenis, dan in bètastudies als wiskunde of biologie. Dat is omdat er een verschil is in de positie van de wetenschapper: een bioloog wordt meestal geacht een proces zo objectief mogelijk vast te leggen, terwijl een filosoof of letterkundige zelf een grotere rol speelt in het genereren van kennis of inzicht.

Conclusie

Er zijn geen officiële richtlijnen voor het gebruik van de ik-vorm in scripties, dus het is de moeite waard om na te gaan of er binnen jouw universiteit of faculteit speciale regels voor zijn. Zo niet, dan zul je per geval moeten bepalen of het geoorloofd is. Omdat de ik-vorm vaak onwetenschappelijk overkomt, is het in veel gevallen aan te raden om op te zoek te gaan naar een passend alternatief. Dat is soms een uitdaging, maar het is ook een kans om je schrijfvaardigheid te laten zien en je scriptie nét even naar een hoger niveau te tillen.

Wat vind jij van dit artikel? (je stem is anoniem)
Bezig met het verwerken van je stem...
Je stem is doorgevoerd :-)
Je hebt al gestemd op dit artikel. Bedankt :-)
45 lezers vinden dit artikel handig. 50 stemmen in totaal.

Geen taalfouten en pijnlijke missers in je scriptie?

Schakel snel een professionele editor van Scribbr in.
Meer info & prijzen » Trustpilot score van 9.7
Scribbr prof

Geschreven door Kasper Nijsen

Kasper is werkzaam als editor voor Scribbr. Hij heeft een achtergrond in de Engelse letterkunde, taalkunde en vertaalwetenschap en werkt thans als redacteur en vertaler. Daarnaast schrijft hij artikelen over taal, literatuur en muziek. Hij is ook op LinkedIn te vinden.

4 reacties

  1. Beste Kasper,
    Zojuist las ik je heldere uiteenzetting over het gebruik van de ik-vorm in scripties. Hopelijk bewijs ik je een dienst door je erop te wijzen dat onder het kopje ‘Uitzonderingen’ staat: ‘Er zijn een aantal uitzonderingen…’ in plaats van ‘Er is een aantal uitzonderingen…’ Misschien is het mogelijk een aanpassing te maken?

    Met vriendelijke groet,
    Trudy Kunz

  2. Celine Clarisse:

    Beste Kasper,

    Mijn opleiding wilt dat ik in mijn inleiding mijn persoonlijke ontwikkeling opneem, hebben jullie een voorbeeld hiervan?

    Groetjes Celine

Reageer