Parameters vs statistieken: Wat is het verschil?

Een parameter is een waarde die een hele populatie beschrijft (bijvoorbeeld het populatiegemiddelde), terwijl een statistiek een getal is dat een steekproef beschrijft (bijvoorbeeld het steekproefgemiddelde).

Het doel van kwantitatief onderzoek is om kenmerken van populaties te onderzoeken door parameters te bepalen. In de praktijk is het vaak te tijdrovend of moeilijk om voor elk lid van de populatie data te verzamelen. In plaats daarvan worden data verzameld voor een steekproef (subset van de populatie).

Je kunt steekproefstatistieken gebruiken om onderbouwde voorspellingen te doen over populatieparameters (met behulp van toetsende of inferentiële statistiek).

Populatie vs steekproef

Population vs sample

Een populatie is de hele groep die je wilt bestuderen voor je onderzoek. Dit kan een groep mensen zijn (bijvoorbeeld alle volwassenen in Nederland of alle werknemers van een bedrijf), maar het kan ook een groep zijn die niet uit mensen bestaat, zoals objecten, gebeurtenissen, organisaties, landen of organismen.

Een steekproef is een kleinere groep (subset) uit de populatie. Voor deze groep verzamel je daadwerkelijk data.

Populatie vs steekproef
Je wilt onderzoeken hoeveel support er is voor een nieuwe landelijke klimaatmaatregel. Je bent geïnteresseerd in alle volwassen Nederlanders, maar deze populatie is te groot om ieder lid te onderzoeken. Daarom trek je een aselecte steekproef van 2000 participanten.

Wat voor een soort waarden zijn parameters en statistieken?

Statistieken en parameters zijn getallen die elk meetbaar kenmerk van een steekproef of populatie samenvatten.

  • Voor categorische variabelen (bijvoorbeeld politieke overtuiging) is de meest voorkomende statistiek of parameter een verhouding (proportie).
  • Voor kwantitatieve variabelen (bijvoorbeeld lengte) worden vaak gemiddelden of standaarddeviaties gerapporteerd als statistiek of parameter.
Voorbeelden van statistieken vs parameters
Steekproefstatistiek Populatieparameter
Mediaan voor het inkomen van 850 studenten in Nijmegen en Arnhem. Mediaan voor het inkomen van alle studenten in Gelderland.
Standaarddeviatie voor het gewicht van avocados van één boerderij. Standaarddeviatie voor het gewicht van alle avocados in de regio.
Gemiddelde schermtijd voor 3000 studenten van een hogeschool in België. Gemiddelde schermtijd voor alle studenten van hogescholen in België.

Statistische rapportage

Je gebruikt verschillende symbolen voor statistieken en parameters, zodat het duidelijk is of je naar een steekproef of populatie verwijst.

Griekse letters en hoofdletters verwijzen meestal naar populaties, terwijl je het Latijnse alfabet en kleine letters gebruikt om naar steekproeven verwijzen.

Symbolen voor statistieken vs parameters
Steekproefstatistiek Populatieparameter
Proportie (p-hat) P
Gemiddelde (x-bar) μ (Griekse letter “mu”)
Standaarddeviatie σ (Griekse letter “sigma”)
Variantie s2 σ2

Ontvang feedback op taal, structuur, lay-out en bronvermelding

Professionele Scribbr-editors kijken je scriptie na op:

  • Academisch taalgebruik
  • Onduidelijke zinnen
  • Grammaticale fouten
  • Interpunctie
  • Verboden woorden

Bekijk het voorbeeld

Een parameter en statistiek herkennen

In nieuwsartikelen en onderzoeksrapporten is het niet altijd duidelijk of een getal een parameter of statistiek is. Om te bepalen met welke van de twee je te maken hebt, kun jezelf de volgende vragen stellen:

  • Beschrijft het getal een gehele, complete populatie waarbij elk lid kan worden bereikt voor de dataverzameling?
  • Is het mogelijk om binnen een redelijke termijn data voor ieder lid van de populatie te verzamelen?

Als het antwoord op beide vragen ja is, is het getal waarschijnlijk een parameter. Voor kleine populaties kunnen data van de hele populatie worden verzameld en met parameters worden samengevat.

Als het antwoord op een van de vragen nee is, is de kans groter dat het om een statistiek gaat. Deze statistieken worden vaak op een extern valide manier gegeneraliseerd naar de gehele populatie.

Parameters schatten op basis van statistieken

Met behulp van toetsende statistiek kun je populatieparameters schatten op basis van steekproefstatistieken. Het is belangrijk dat je steekproef representatief is voor de populatie en dat deze indien mogelijk aselect wordt getrokken, zodat de schattingen zo zuiver mogelijk zijn (vrij van bias).

Er zijn twee belangrijke soorten schattingen: puntschattingen en intervalschattingen.

  • Voor een puntschatting schat je één waarde voor de parameter op basis van een statistiek. Zo is een steekproefgemiddelde een puntschatting van het populatiegemiddelde.
  • Voor een intervalschatting schat je een bereik van waarden, waarbinnen je denkt dat de parameter ligt. Een betrouwbaarheidsinterval is het meest voorkomende type intervalschatting.

Beide soorten schattingen zijn belangrijk om een duidelijk beeld te krijgen van waar een parameter waarschijnlijk zal liggen.

Een populatieparameter schatten op basis van een steekproefstatistiek
Het onderzoek naar de steun voor een klimaatregel laat zien dat 61% van de participanten de maatregel steunt. Om de populatieparameter te kunnen schatten, bereken je een puntschatting en een intervalschatting op basis van de steekproefstatistiek.

De puntschatting is je steekproefstatistiek: je schat dat 61% van alle volwassen inwoners van Nederland de klimaatmaatregel steunt.

Om het interval te schatten, bepaal je een 95%-betrouwbaarheidsinterval dat aangeeft binnen welke waarden de parameter naar verwachting ligt. Als je een aselecte steekproef trekt, is de kans 95% dat de werkelijke populatieparameter voor de steun van de klimaatregel tussen de 57% en 65% ligt.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een parameter en statistiek?

Een parameter is een waarde die een hele populatie beschrijft (bijvoorbeeld het populatiegemiddelde), terwijl een statistiek een getal is dat een steekproef beschrijft (bijvoorbeeld het steekproefgemiddelde).

Hoe weet je of een waarde een parameter of statistiek is?

Het is altijd duidelijk of een getal een parameter of statistiek is. Om te bepalen met welke van de twee je te maken hebt, kun jezelf de volgende vragen stellen:

  • Beschrijft het getal een gehele, complete populatie waarbij elk lid kan worden bereikt voor de dataverzameling?
  • Is het mogelijk om binnen een redelijke termijn data voor ieder lid van de populatie te verzamelen?

Als het antwoord op beide vragen ja is, is het getal waarschijnlijk een parameter. Als het antwoord op een van de vragen nee is, is de kans groter dat het om een statistiek gaat.

Waarom worden er steekproeven gebruikt in onderzoek?

Het is bijna altijd nodig om een steekproef te gebruiken, omdat populaties over het algemeen te groot zijn om ieder individueel lid te onderzoeken. Door een representatieve subsectie (steekproef) te onderzoeken en een valide en betrouwbaar onderzoek uit te voeren, kun je uitspraken doen over een grotere populatie.

Wat is het verschil tussen beschrijvende en toetsende statistiek?

Met beschrijvende statistiek (ook wel descriptieve statistiek genoemd) vat je de kenmerken van een dataset samen. Met toetsende statistiek (ook wel inferentiële of verklarende statistiek genoemd) toets je een hypothese of bepaal je of je data generaliseerbaar zijn naar een bredere populatie.

Wat vind jij van dit artikel?
Pritha Bhandari

Pritha heeft een academische achtergrond in Engels, psychologie en cognitieve neurowetenschappen. Als interdisciplinaire onderzoekster vindt ze het leuk om begrijpelijke artikelen te schrijven, zodat ze moeilijke concepten kan uitleggen aan studenten en academici.