Hoe voer je een case study uit?

Een case study is een gedetailleerd onderzoek naar een specifiek onderwerp, zoals een persoon, groep, plaats, gebeurtenis, organisatie of fenomeen. Case studies worden veelal gebruikt in sociaal, onderwijskundig, medisch, klinisch of business-gerelateerd onderzoek.

Voor het onderzoeksontwerp van een case study worden vaak kwalitatieve, maar soms ook kwantitatieve dataverzamelingsmethoden gebruikt. Met een case study kun je verschillende aspecten van een probleem beschrijven, vergelijken, evalueren of begrijpen.

Verder lezen: Hoe voer je een case study uit?

(Leer)doelen formuleren met de SMART-methode (met voorbeelden)

Met behulp van de SMART-methode kun je concrete, richtinggevende en haalbare (leer)doelen formuleren die Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden zijn. Je gebruikt de SMART-methode voor kortetermijndoelen die binnen een bepaalde termijn behaald moeten worden en die meetbaar zijn.

Met SMART-doelstellingen is de kans groter dat je jouw doelen, voor jezelf, je stagebedrijf of je onderzoek, binnen de termijn bereikt. Bovendien is SMART-formuleren vaak een vereiste van hogescholen, universiteiten en (stage)bedrijven.

Formuleer eenvoudig SMART-leerdoelen met ons 5-stappenplan met handige vragen en voorbeelden van doelen en leerdoelen.

Verder lezen: (Leer)doelen formuleren met de SMART-methode (met voorbeelden)

Onderzoeksresultaten en deelconclusies formuleren (met voorbeelden)

Als je onderzoek is uitgevoerd en je analyses zijn gedaan, kun je het resultatenhoofdstuk van je scriptie schrijven. Hierin komen de belangrijkste resultaten van je onderzoek naar voren en worden deelvragen beantwoord of deelhypothesen bevestigd of ontkracht.

Hoe je resultatenhoofdstuk eruitziet, is afhankelijk van het soort onderzoek dat je doet. Volg onze handleiding om op de juiste wijze je resultaten op te schrijven (in het bijzonder als je kwantitatief onderzoek (enquêtes) of kwalitatief onderzoek (interviews) hebt uitgevoerd).

Verder lezen: Onderzoeksresultaten en deelconclusies formuleren (met voorbeelden)

Zo schrijf je een ijzersterk theoretisch kader voor je scriptie

Een goed theoretisch kader geeft je onderzoek een sterke wetenschappelijke basis en vormt een houvast voor de rest van je scriptie. Je presenteert in je theoretisch kader relevante begrippen, definities, modellen en theorieën met betrekking tot jouw onderzoeksonderwerp en beantwoordt er je beschrijvende deelvragen.

Voorbeeld theoretisch kader

Verder lezen: Zo schrijf je een ijzersterk theoretisch kader voor je scriptie

Discussie schrijven voor je scriptie (inclusief voorbeeld)

In de discussie van je scriptie ga je in op de conclusies van je onderzoek door je resultaten te interpreteren, deze te koppelen aan je verwachtingen, de beperkingen en eventuele implicaties van je onderzoek te bespreken en suggesties te doen voor vervolgonderzoek.

Ook wordt in de discussie vaak de validiteit van het onderzoek beargumenteerd. Welke onderdelen je precies toevoegt aan je discussie is grotendeels afhankelijk van de eisen die jouw studie stelt aan een discussie. Begin ieder onderdeel op een nieuwe alinea of paragraaf (zonder kopjes).

Voorbeeld discussie

Verder lezen: Discussie schrijven voor je scriptie (inclusief voorbeeld)

Schrijf een perfect adviesrapport

Met een adviesrapport overtuig je jouw opdrachtgever van het advies of de adviezen die je aandraagt op basis van je onderzoek. Je gaat hierin kort in op dit onderzoek en presenteert daarna de alternatieven, ook wel maatregelen, oplossingen of scenario’s genoemd, die de opdrachtgever heeft om zijn probleem op te lossen.

Tot slot presenteer je in jouw conclusie je uiteindelijke advies en onderbouw je dit advies. Met een kort actieplan, planning en (inschatting van) het benodigde budget maak je jouw advies compleet.

Verder lezen: Schrijf een perfect adviesrapport

Conclusie van je stageverslag

Bij een onderzoeksstage schrijf je een conclusie, discussie en aanbevelingen. Als je geen onderzoek hebt gedaan, schrijf je de conclusie van je stageverslag in ongeveer 300 tot 700 woorden:

  • wat je uiteindelijk van je stage hebt geleerd (de leerdoelen die je hebt behaald),
  • wat je ervan vond,
  • hoe goed je studie aansluit op je stage en eventueel het werkveld,
  • en wat voor gevolgen deze stage heeft gehad voor jouw visie op de toekomst.

Je schrijft dus een conclusie over je stage voor jezelf en om te laten zien aan je begeleider wat je ervan meeneemt in je (studie)loopbaan.

Verder lezen: Conclusie van je stageverslag

Stagebedrijf en omgeving

In ieder stageverslag moet je een hoofdstuk opnemen waarin je jouw stagebedrijf en de externe omgeving beschrijft. Je gaat hierbij in op de kenmerken van de organisatie die nodig zijn om de lezer een goed beeld te geven van de organisatie, en die relevant zijn voor jouw stage en/of onderzoek.

Verder lezen: Stagebedrijf en omgeving

Inleiding van een stageverslag

Dit is het eerste hoofdstuk van je stageverslag. Je inleiding is ongeveer 800 woorden lang en gaat in op:

  • Aanleiding
  • Opdracht en werkzaamheden
  • Opdrachtgever en stagebegeleider
  • Onderzoeksprobleem (onderzoeksstage)
  • Stage- en leerdoelen en (bij onderzoeksstage) onderzoeksdoelstelling
  • Belanghebbenden bij het onderzoeksprobleem (onderzoeksstage)
  • Onderzoeksopzet (onderzoeksstage)
  • Leeswijzer

Verder lezen: Inleiding van een stageverslag

Voorwoord van je stageverslag

Je voorwoord in je stageverslag gebruik je om:

  1. jezelf voor te stellen,
  2. de aanleiding voor de stage en/of je interesse in het onderzoeksonderwerp toe te lichten,
  3. mensen te bedanken die je hebben geholpen.

Zorg ervoor dat je voorwoord niet langer is dan 4 à 5 alinea’s en maximaal 300 woorden bedraagt. Wees bovendien consistent wanneer je namen schrijft: óf altijd voornaam en achternaam, óf alleen achternamen.

Je eindigt je voorwoord met je naam, plaats en datum.

Verder lezen: Voorwoord van je stageverslag