Verwijswoorden

Als je in een tekst voortdurend alles bij de naam benoemt, dan wordt het een zeer vreemde en lastig te lezen tekst.

Het correcte gebruik van verwijswoorden

Als je alles bij de naam noemt
Dit artikel gaat over de evolutietheorie van Darwin, de natuurwetenschappelijke verklaring voor de evolutie van het leven en voor de verscheidenheid aan soorten op Aarde. Het artikel over de evolutietheorie van Darwin beschrijft het proces waarbij…. De evolutietheorie van Darwin wordt algemeen aanvaard als verklaring voor het ontstaan van soorten. De theorie gaat dus niet in op het bestaan van een God.

Om dergelijke teksten te voorkomen, maak je gebruik van verwijswoorden. Dit zijn woorden of woordgroepen die je gebruikt om ergens naar te verwijzen.

Als je gebruikmaakt van verwijswoorden.
Dit artikel gaat over de evolutietheorie van Darwin, de natuurwetenschappelijke verklaring voor de evolutie van het leven en voor de verscheidenheid aan soorten op Aarde. Het beschrijft het proces waarbij… De theorie wordt algemeen aanvaard als verklaring voor het ontstaan van soorten. Hij gaat dus niet in op het bestaan van een God.

Er bestaan verschillende soorten verwijswoorden en het is belangrijk dat je het correcte verwijswoord gebruikt op de juiste plek in de zin. Het verwijswoord moet overeenkomen in geslacht en in getal, en het moet in de context passen. Dit gaat helaas niet altijd juist.

Foutief gebruik van een verwijswoord
Het meisje die op weg naar huis was, viel van haar fiets.

Dit is fout, omdat je met ‘die’ alleen verwijst naar woorden die mannelijk of vrouwelijk zijn, en dus samengaan met lidwoord ‘de’. Bij ‘het’ woorden gebruik je het verwijswoord ‘dat’.

Correct gebruik van een verwijswoord
Het meisje dat op weg naar huis was, viel van haar fiets.

De regel is dat naar zelfstandige naamwoorden die het lidwoord ‘de’ hebben, verwezen wordt met het woord ‘die’ en dat naar zelfstandige naamwoorden met het lidwoord ‘het’ verwezen wordt met het woordje ‘dat’.

De verschillende soorten verwijswoorden

Maar met alleen deze regel ben je er nog niet, want er zijn veel verschillende soorten verwijswoorden, waarvan je de regels ook moet kennen om deze correct te kunnen gebruiken.

Hetgeen waarnaar je verwijst wordt het antecedent genoemd. Als je het dus hebt over ‘Het meisje dat…’ zoals in het voorbeeld hierboven, dan is ‘het meisje’ het antecedent. Naar antecedenten kun je verwijzen met de volgende verschillende soorten verwijswoorden:

Soorten verwijswoorden
TypeVoorbeeld
Persoonlijke voornaamwoordenik, jij, u, hij, zij, het, wij, jullie, zij (me, mij, jou, hem, haar, ons, hen, hun)
Bezittelijke voornaamwoordenmijn, jouw, uw, zijn, haar, ons, jullie, hun
Aanwijzende voornaamwoordendie, dat, deze, dit
Betrekkelijke voornaamwoordendie, dat (wie, wat, welke)
Bijwoorden van tijd en plaatsdaar, waar, hier
Scribbr-tip

Heb jij moeite met samenstellingen, afkortingen, actief schrijven en verboden woorden? Scribbr-editors weten hier alles vanaf en zorgen dat jouw tekst aan alle eisen voor academisch taalgebruik voldoet!

Ontdek de nakijkservice

Aanwijzende voornaamwoorden

De aanwijzend voornaamwoorden ‘die’ en ‘deze’ verwijzen naar ‘de’ woorden, terwijl de aanwijzend voornaamwoorden ‘dat’ en ‘dit’ verwijzen naar ‘het’ woorden. ‘Die’ en ‘deze’ verwijzen ook naar woorden die in het meervoud staan.

Het aanwijzend voornaamwoord kan je zowel zelfstandig als niet zelfstandig gebruiken.

Zelfstandig aanwijzend voornaamwoord
De schaatser die gewonnen had ging tevreden naar huis.
Onzelfstandig aanwijzend voornaamwoord
Dat meisje is erg knap.

‘Die’ en ‘dat’ gaan hierbij over antecedenten die verder weg zijn en ‘deze’ en ‘dit’ over antecedenten die dichterbij zijn. Hieronder vind je een tabel waarin voorbeelden worden gegeven van het gebruik van de aanwijzende voornaamwoorden.

TypeZelfstandig gebruiktOnzelfstandig gebruikt
DieDie analyse (de analyse)Heb je de analyse al gedaan? Nee, die heb ik nog niet uitgevoerd.
DatDat onderzoekDat onderzoek is baanbrekend. Dat is een onderzoek zoals een onderzoek hoort te zijn.
DezeDeze tabel (de tabel)In onderstaande tabel wordt dit duidelijk. Deze geeft de verhoudingen weer tussen…
DitDit hoofdstuk (het hoofdstuk)Dit hoofdstuk bespreekt de invloeden van buitenaf. En dit schetst ook de verhoudingen tussen…

Die, dat, dit en deze zijn niet de enige aanwijzende voornaamwoorden. Hierbij horen ook: datgene, hetgene, zulk, zo’n en zulk een. Voor meer uitleg hierover zie dit artikel van Onze Taal.

Let op: In een scriptie mag je nooit het aanwijzend voornaamwoord ‘zo’n’ gebruiken, dit is namelijk te informeel.

Wanneer een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord gecombineerd wordt met een voorzetsel, gebruik je ‘daar’ en ‘hier’ + voorzetsel in plaats van ‘die’ en ‘dat’.

Zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord gecombineerd met een voorzetsel
OnjuistJuist
Die analyse is erg interessant. Over die wil ik graag meer weten.Die analyse is erg interessant. Daarover wil ik graag meer weten.
Dat probleem baart ons grote zorgen. Met dat willen we eigenlijk niets te maken hebben.Dat probleem baart ons grote zorgen. Daarmee willen we eigenlijk niets te maken hebben.
Deze tabel geeft de belangrijkste resultaten weer. In deze staan tevens de minder belangrijke resultaten.Deze tabel geeft de belangrijkste resultaten weer. Hierin staan tevens de minder belangrijke resultaten.
Dit boek staat hier in de kast. Naast dit staan ook andere boeken die je nodig hebt.Het boek staat hier in de kast. Hiernaast staan ook andere boeken die je nodig hebt.

Betrekkelijke voornaamwoorden

Een betrekkelijk voornaamwoord heeft betrekking op een woord dat ervoor in de zin vernoemd is. Het heeft dus direct betrekking op het antecedent.

Betrekkelijke voornaamwoorden

De probleemstelling die hier besproken wordt…

Het onderzoek dat we doen…

Alles wat besproken wordt.

De professor over wie veel geroddeld wordt.

In sommige gevallen klinkt het vreemd wanneer je een voorzetsel (over, op, met, tegen, in etc.) met een betrekkelijk voornaamwoord combineert. Wanneer dit zo is, dan wordt het voorzetsel gecombineerd met het bijwoord van plaats: waar-.

Voorzetsel combineren met bijwoord van plaats ‘waar’ bij dingen en dieren
OnjuistJuist
Het boek in welke die regel staat.Het boek waarin die regel staat.
De muur tegen welke de atleten staan.De muur waartegen de atleten staan.
De hond over wie ik het hadDe hond waarover ik het had

Wanneer je naar personen verwijst doe je dit met ‘wie’: aan wie, met wie, voor wie, enzovoorts.

Voorzetsel met ‘wie’ in combinatie met personen
OnjuistJuist
De mensen waarover we een gesprek hebben.De mensen over wie we een gesprek hebben.
De vriend waarop we rekenen.De vriend op wie we rekenen.
Het meisje waarmee ik date.Het meisje met wie ik date.

Let op: Wanneer je een verwijswoord met een voorzetsel aanwijzend gebruikt, schrijf je dus ‘daar-’ en ‘hier-’ plus voorzetsel, en wanneer je deze betrekkelijk gebruikt, dan moet je ‘waar-’ plus het betreffende voorzetsel schrijven.

Hij, zij en het

‘De’ woorden zijn mannelijk of vrouwelijk en ‘het’ woorden zijn onzijdig. Naar ‘de’ woorden moet je daarom verwijzen met ‘hij’ of ‘zij’ en naar ‘het’ woorden met ‘het’. Hoewel de meeste ‘de’ woorden mannelijk zijn, zijn sommige woorden als bijvoorbeeld ‘organisatie’ en ‘instantie’ vrouwelijk. Hiernaar moet dus met ‘zij’ verwezen worden. Daarnaast moet naar mannelijke en onzijdige zelfstandig naamwoorden (antecedenten) verwezen worden met ‘zijn’ en naar vrouwelijke (antecedenten) met ‘haar’.

Voorbeelden met hij, zij en het

Het internationale bedrijf was in de problemen. Het werd zwaar getroffen door de effecten van de crisis.

Het bedrijf heeft zijn zaken goed op orde.

De winkel liep erg goed en hij was ook erg winstgevend.

Zijn omzet was immens.

De organisatie zette grote evenementen op. Zij was hierin zeer bedreven.

De organisatie was gedwongen haar personeel te ontslaan.

Let op: De constructie “Het is…” behoort niet tot deze regels. Je zegt dus gewoon: ‘Het is een interessant bedrijf’, en ook ‘Het is een mooie winkel’ en ‘Het is een fair trade organisatie’.

Vaak wordt ook ‘zij’ in het meervoud gebruikt om terug te verwijzen naar een bedrijf of naar een organisatie, zoals in het voorbeeld hieronder te zien is.

‘Zij’ in het meervoud
Bij het bedrijf werden meerdere mensen ontslagen. Zij ontsloegen iedereen die er een jaar of korter werkte.

In veel gevallen zoals hierboven, is dit foutief, want wie zijn immers ‘zij’? Wanneer je verwijst naar de mensen die er werken en/of de besluiten nemen, verwijs dan naar deze personen met een zelfstandig naamwoord en niet plotseling met ‘zij’, want hoewel dan duidelijk is dat je deze mensen bedoelt, klopt het grammaticaal niet en wordt de betekenis dubbelzinnig Het zou immers ook kunnen dat een instantie die niet bij het bedrijf hoort ingehuurd is om mensen te ontslaan, waardoor je niet kunt zeggen dat ‘zij’ (bijvoorbeeld de managers van het bedrijf) mensen ontslaan.

Dat of wat?

Wanneer je met een betrekkelijk voornaamwoord naar een ‘het’ woord verwijst, dan kun je ‘dat’ gebruiken, en heel soms ook ‘wat’. Ga ervan uit dat je meestal ‘dat’ moet gebruiken. In onderstaande tabel staat wanneer je wel ‘wat’ moet of kunt gebruiken.

Wanneer gebruik je ‘wat’?
RegelsVoorbeeld
Als je naar een voornaamwoord verwijst als ‘dat’ of ‘datgene’Heel vaak wordt gesproken over datgene wat verkeerd gaat.
Als het terugslaat op de hele zin of een heel zinsdeelDe computer die ik gekocht heb, vind ik erg traag, wat me tegenvalt omdat in de brochure stond dat deze erg snel zou zijn.
Als het antecedent niet genoemd wordtWat ik vandaag ga eten is zo lekker!
Als je naar een zelfstandig gebruikt bijvoeglijk voornaamwoord verwijst (deze staat meestal in de overtreffende trap (laatste, mooiste, vervelendste, etc.).*Het laatste wat ik vandaag wil doen is studeren. Ook: Het laatste dat ik vandaag wil doen is studeren.
Als je naar een rangtelwoord verwijst als ‘eerste’, ‘tweede’ en ‘derde’.*Het tweede wat besproken wordt tijdens de vergadering is de opening van de zaak. Ook: Het tweede dat besproken wordt…
Als je naar een onbepaald woord verwijst als ‘iets’, ‘alles’ of ‘het enige’.*Alles wat geïmporteerd wordt, moet eerst gekeurd worden.

*’Dat’ is hier ook mogelijk.
In de gevallen dat je zowel ‘dat’ als ‘wat’ kunt gebruiken, is het een veiligere keuze om ‘dat’ te gebruiken. Het belangrijkste dat je moet onthouden is dat je ‘wat’ gebruikt wanneer verwezen wordt naar een hele zin of een heel zinsdeel.

Ambiguïteit

Soms kan het gebeuren dat je weliswaar correct terugverwijst naar een bepaald antecedent, maar dat doordat in de zin nog een antecedent voorkomt met hetzelfde geslacht en hetzelfde getal onduidelijk is wáár je naar terugverwijst.

Onduidelijk wáár je naar terugverwijst
Mevrouw Jansen had een dochter, zij was erg knap.

In bovenstaand voorbeeld is onduidelijk of Mevrouw Jansen knap is, of haar dochter. Probeer te allen tijde ambiguïteit te vermijden. Gebruik dus in een dergelijke constructie een onzelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord zodat wel duidelijk is wat je wilt zeggen. Of gebruik een synoniem, een vervangend woord of gewoon nogmaals hetzelfde woord.

Onzelfstandig aanwijzend voornaamwoord of synoniem

Mevrouw Jansen had een dochter, deze dochter was erg knap.

Mevrouw Jansen had een dochter, het kind was erg knap.

Loze verwijzingen

Zorg ervoor dat het altijd duidelijk is waarnaar je verwijst. Vaak schrijven studenten verwijswoorden op, of anderszins verwijzingen, terwijl het voor de lezer niet duidelijk is waarnaar verwezen wordt.

Onduidelijke verwijzingen
Het was een mooie dag. Die mensen hadden nog niet daaraan gedacht.

In bovenstaand voorbeeld is het onduidelijk wie die mensen zijn. Als schrijver moet je ermee rekening houden dat een lezer niet dezelfde kennis heeft als jij hebt. Als je waar dan ook naar verwijst, moet het voor een lezer die niet bekend is met jouw onderzoek duidelijk zijn waar je het over hebt.

Wat vind jij van dit artikel?
Lou Benders

Lou was eerder Scribbrs Product- en Kwaliteitsmanager tot ze naar Italië verhuisde voor de liefde en het lekkere weer. Nu werkt ze in de zon aan Scribbr's diensten en nuttige artikelen om jou te helpen met academische teksten.

Geen taalfouten en pijnlijke missers in je scriptie?

Schakel snel een professionele editor van Scribbr in.
Meer info & prijzen »
Trustpilot score van 9.8

8 reacties

Gwen
29 april 2015 15:35

In voorbeeld 10 staat een tikfout: "De winkel liep erg groet".

Beantwoorden

Bas Swaen
Bas Swaen (Scribbr-team)
29 april 2015 16:55

Hoi Gwen, bedankt voor het doorgeven. Ik heb het aangepast!

Beantwoorden

Eveline
21 maart 2015 21:03

'Voorbeeld 3: Foutief gebruik van een verwijswoord
Het meisje die op weg naar huis was, viel van haar fiets.
Dit is fout, omdat je met ‘die’ alleen refereert naar woorden...'

Het moet zijn refereren aan (of verwijzen naar) :)

Beantwoorden

Koen Driessen
Koen Driessen (Scribbr-team)
22 maart 2015 12:58

Scherp, ik heb het aangepast :-)

Beantwoorden

Jessica
14 februari 2015 16:11

Bij voorbeeld 8 zie ik wat onjuistheden. Dat is juist een fout die veel mensen maken. Je verwijst naar mensen met voorzetsel + wie en naar dingen met waar + voorzetsel
De mensen over wie we een gesprek hebben.
De vriend op wie we rekenen.
Het meisje met wie ik date.

Dit zijn dus goede zinnen of ze daadwerkelijk gebruikt worden is een tweede. Daarom zeg ik altijd met taaltrainingen: formuleringen en zinnen uit boekjes is bedachte taal en vaak niet realistisch.
Verder een interessante site!

Beantwoorden

Bas Swaen
Bas Swaen (Scribbr-team)
18 februari 2015 12:56

Hoi Jessica,

Wat fijn dat we zulke opmerkzame lezers hebben. Soms ben je bij het schrijven nogal lost in de materie en merk je belangrijke fouten als deze niet op. Je hebt gelijk dat je naar dingen en personen met waar verwijst, maar naar personen met 'wie'. We passen het direct in het artikel aan.

Beantwoorden

Lianne
18 januari 2015 19:40

In voorbeeld 2 zijn de twee gevallen van 'het' fout als herschrijving van de zin in voorbeeld 1. Het eerste geval van 'het' zou op zichzelf nog naar 'het artikel' kunnen verwijzen, maar het is 'de theorie' dus 'hij wordt algemeen aanvaard als verklaring....' Ik kwam bij deze blog terecht op zoek naar het gebruik van hij en zij als verwijswoorden voor mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden, wat ik liever vermijd. Ik ben benieuwd hoe voorbeeld 2 wordt herschreven.

Beantwoorden

Bas Swaen
Bas Swaen (Scribbr-team)
19 januari 2015 12:58

Beste Lianne,

Wat fijn dat we zulke opmerkzame lezers hebben. Je hebt helemaal gelijk dat dit voorbeeld niet klopt en ik ben erg blij dat je ons hierop gewezen hebt. Zoals je ziet hebben we het voorbeeld aangepast. De kwestie of je 'hij' of 'zij' gebruikt voor het vrouwelijke woord 'theorie' is een lastige. Doorgaans pleiten wij ervoor, net als jij, om in dergelijke gevallen in teksten toch 'hij' te gebruiken, en dit consequent te doen. Dit is ook de manier waarop onze editors redigeren.
Over dit onderwerp bestaat wel nog veel discussie en op basis van genderoverwegingen zou je er ook voor kunnen pleiten toch 'het' te gebruiken om naar de theorie te verwijzen, hoe vreemd dit ook klinkt. Zo wordt in Engelse teksten ook al vaker naar 'they' verwezen in plaats van het gangbare 'he' of 'he or she'. Wij zijn benieuwd of hier in de toekomst nog duidelijke richtlijnen over volgen in bijvoorbeeld Het Groene Boekje.

Beantwoorden

Stel een vraag of reageer.