Tekort of Te Kort | Betekenis, Verschil & Voorbeelden

Tekort is een zelfstandig naamwoord dat “een gebrek” betekent. Te kort, met spatie, betekent “niet lang genoeg” of “te weinig”.

Als “tekort” onderdeel uitmaakt van de werkwoorden tekortschieten, tekortdoen en tekortkomen, schrijf je het ook aan elkaar. Dat geldt ook voor samenstellingen met “tekort” (e.g., vitaminetekort).

Voorbeelden: Tekort in een zin Voorbeelden: Te kort in een zin
Er is een tekort aan mondmaskers door de coronapandemie. Mijn broeken zijn veel te kort doordat ik ze te heet gewassen heb.
Ik kwam als kind niks tekort. Onze tijd samen was veel te kort.
Er is een docententekort op scholen. Er zijn docenten te kort op middelbare scholen.
Let op
Woorden als “teveel en te veel” en “tegoed en te goed” gedragen zich op dezelfde manier. Als je het zelfstandig naamwoord wilt gebruiken, kies je de vorm zonder spatie. In andere gevallen kies je de vorm met spatie.

Probeer de gratis Scribbr Grammatica Check

Tekortschieten

Tekort wordt aaneengeschreven als het deel uitmaakt van het werkwoord “tekortschieten”.

Voorbeelden: Tekortschieten
  • Ik vind niet dat je tekortschiet.
  • Lars schoot tekort in de wedstrijd.

Tekortkomen

Tekort wordt ook aangeschreven als het deel uitmaakt van het werkwoord “tekortkomen”.

Voorbeelden: Tekortkomen
  • Ik geloof dat je een euro tekortkomt.
  • Mijn kind komt niets tekort.

Tekortdoen

Ten slotte wordt tekort ook aaneengeschreven als het deel uitmaakt van het werkwoord “tekortdoen”.

Voorbeelden: Tekortdoen
  • Ik wil je niet tekortdoen.
  • Daar doet je moeder je echt mee tekort.

Quiz: Tekort of te kort

Test je kennis over tekort en te kort met deze quiz. Vul “tekort” of “te kort” in op de stippellijn.

  1. Rob schiet soms _______ in het huishouden.
  2. Het meetlint is net _______ om de woonkamer op te meten.
  3. Ik merk dat het _______ aan slaap me uitput.
  4. Hoeveel kom je _______ ? Misschien kan ik het voorschieten.
  5. Heeft Meghan dat gezegd? Daarmee doet ze je echt _______.
  1. Rob schiet soms tekort in het huishouden.
    • Tekort maakt hier deel uit van het werkwoord tekortschieten.
  1. Het meetlint is net te kort om de woonkamer op te meten.
    • Te kort betekent hier “niet lang genoeg”
  1. Ik merk dat het tekort aan slaap me uitput.
    • Tekort is hier een zelfstandig naamwoord dat “gebrek” betekent.
  1. Hoeveel kom je tekort? Misschien kan ik het voorschieten.
    • Tekort maakt hier deel uit van het werkwoord “tekortkomen”.
  1. Heeft Meghan dat gezegd? Daarmee doet ze je echt tekort.
    • Tekort maakt hier deel uit van het werkwoord “tekortdoen”.

 

Andere interessante taalartikelen

Op zoek naar meer artikelen over definities, afkortingen, veelgemaakte fouten en stijlfiguren? Bekijk dan ook eens onderstaande artikelen met uitleg, voorbeelden en oefeningen!

 

Bronnen voor dit artikel

We raden studenten sterk aan om bronnen te gebruiken. Je kunt verwijzen naar ons artikel (APA-stijl) of je verdiepen in onderstaande bronnen.

Citeer dit Scribbr-artikel

Merkus, J. (2024, 10 april). Tekort of Te Kort | Betekenis, Verschil & Voorbeelden. Scribbr. Geraadpleegd op 20 mei 2024, van https://www.scribbr.nl/veelgemaakte-fouten/tekort-of-te-kort/

Bronnen

Van Dale. (z.d.). Kort. In Van Dale. Geraadpleegd op 27 oktober 2022, van https://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/kort

Van Dale. (z.d.). Tekort. In Van Dale. Geraadpleegd op 27 oktober 2022, van https://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/tekort

Wat vind jij van dit artikel?
Julia Merkus

Julia heeft onder andere een bachelor in Nederlandse Taal en Cultuur en twee masters in Linguistics en Taal- en Spraakpathologie. Na enkele jaren als editor, onderzoeker en docent schrijft ze nu artikelen over scripties, taalkunde, methodologie en statistiek om studenten te helpen.