Juridische Leidraad: Voetnoten en nootnummers

In de lopende tekst verwijs je met nootnummers in superscript (1) naar bronnen. Onderaan op de pagina staan de bijbehorende voetnoten met een verkorte verwijzing, zodat de lezer direct kan zien op welke informatie je je baseert. Ook kun je voetnoten gebruiken voor mededelingen die niet in de hoofdtekst passen of voor extra informatie over een onderwerp.

Voorbeeld: Nootnummer in de lopende tekst met bijbehorende voetnoot
  • Lopende tekst: Weinig mensen zien hun vordering tot schadevergoeding slagen, waardoor sanctie vaak uitblijft als hulpverleners informed-consent-verplichtingen schenden.2
  • Voetnoot: 2. De Ridder 2006, p. 43.

Voor welk type bron voeg je voetnoten toe?

Je voegt voetnoten toe voor alle bronnen waarnaar je in je tekst verwijst. Hierbij gaat het om verwijzingen naar literatuur, jurisprudentie en wet- en regelgeving. Je hoeft alleen geen voetnoot op te nemen voor bekende regelingen of als het zeer aannemelijk is dat het lezerspubliek de regeling kent.

Ook kun je voetnoten plaatsen als je iets wilt mededelen dat niet in de tekst past of als je extra informatie wilt geven. Je kunt bijvoorbeeld aangeven dat je de keuze hebt gemaakt voor een bepaalde opvatting, terwijl er ook nog andere opvattingen bestaan. Zo weet de lezer dat je wel op de hoogte bent en hoef je niet onnodig uit te weiden in de hoofdtekst.

Het format voor voetnoten

Het format voor voetnoten verschilt per brontype. Zo is het format voor een verkorte verwijzing naar een boek bijvoorbeeld anders dan het format voor tijdschriftartikelen of jurisprudentie. Toch zijn er enkele richtlijnen die voor alle voetnoten gelden:

  • Iedere voetnoot begint met een hoofdletter en eindigt met een punt.
  • Voetnoten kunnen uit meerdere zinnen of alinea’s bestaan, maar je houdt ze altijd zo kort mogelijk.
  • Indien mogelijk verwijs je in de voetnoot naar een specifiek onderdeel (bijvoorbeeld met een paginanummer), tenzij de verwijzing algemeen is.
  • Als je delen van de verwijzing (zoals de auteursnaam) al noemt in zinsverband, herhaal je die elementen ook in de voetnoot.
Voorbeeld: Voetnoten
  • Esteban 2021, p. 43.
  • Roozendaal & Van de Sande, NJB 2021/879.
  • ABRvS 1 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2960.

Als je verwijst naar een paginanummer, gebruik je altijd de afkorting ‘p.’ en nooit ‘pp.’ of ‘blz.’.

Bekijk ook onze uitgebreide artikelen over boeken, tijdschriften, online bronnen, jurisprudentie, wet- en regelgeving, en parlementaire stukken om de diverse voetnoot-formats per bronsoort te raadplegen.

Inleidende woorden in voetnoten

Het wordt afgeraden om een inleidend woord, zoals ‘zie’ of ‘aldus’, te gebruiken aan het begin van je voetnoten voor bronvermeldingen. In andere contexten kun je deze inleidende woorden wel goed gebruiken:

  • Aldus ook: gebruik je als je verwijst naar een bron, terwijl de bewering al wordt gedragen door argumenten in je hoofdtekst.
  • Zie ook: gebruik je als je verwijst naar een bron die jouw bewering in de hoofdtekst niet onderbouwt, maar waarin wel iets wordt gezegd over hetzelfde onderwerp.
  • Vgl.: gebruik je als je verwijst naar een bron die je bewering in de hoofdtekst niet onderbouwt, maar waarin wel iets wordt gezegd over een ander onderwerp.
  • Anders: gebruik je als je verwijst naar een bron waarin iets wordt gezegd dat tegengesteld is aan wat je in de hoofdtekst vermeldt.

‘Cf’ kun je beter vermijden, omdat deze afkorting zowel voor confer (vergelijk) en conform (overeenkomstig) kan staan.

Hoeveel fouten bevat jouw scriptie?

De taalexperts van Scribbr verbeteren gemiddeld 150 fouten per 1000 woorden. Benieuwd wat er precies wordt verbeterd? Verschuif de cursor van links naar rechts!

Scriptie nakijken op taal

Verwijzen naar voetnoten met nootnummers

Je plaatst het nootnummer (in superscript) direct achter het laatste leesteken na het gedeelte waarop je voetnoot betrekking heeft. Bij voorkeur plaats je het nummer op het eind van de zin, na de afsluitende punt. Als de voetnoot slechts betrekking heeft op een of meerdere woorden, dan plaats je het nummer na het laatste woord (maar wel pas na de interpunctie).

Een noot heeft altijd betrekking op maximaal één alinea, tenzij je in de noot aangeeft dat de bron betrekking heeft op een groter gedeelte van de tekst.

Voorbeeldparagraaf: Voetnoten en nootnummers
Patiënten hebben recht op informatie over medische procedures, voordat ze onderworpen worden aan de procedures.1 Ook kunnen patiënten ervoor kiezen een behandeling te weigeren.2 Artsen en onderzoekers zijn verplicht patiënten te wijzen op informed consent,3 en kunnen sancties opgelegd krijgen als zij hun plichten niet nakomen.4

1. Batenburg & Flores 2020, p. 29.
2. Kapers e.a. 2019, p. 139.
3. Polozkov & Dommerholt, NJB, 2019/875.
4. Elia e.a. 2020.

Herhaling van nootnummers

Je herhaalt nootnummers niet in de tekst, dus je verwijst niet naar eerdere voetnoten. In plaats daarvan herhaal je de verkorte verwijzing in een nieuwe voetnoot en voeg je ook een nieuw nootnummer toe in de hoofdtekst.

Bij hele lange teksten, zoals boeken, mag je na ieder hoofdstuk opnieuw beginnen met de nummering van voetnoten. In de meeste scripties kun je je voetnoten doornummeren, ook als je scriptie uit meerdere hoofdstukken bestaat. Controleer hiervoor altijd de richtlijnen van je onderwijsinstelling.

Meerdere bronnen voor één tekstdeel

Soms komt het voor dat je je bewering wilt ondersteunen met meerdere bronnen. In dat geval voeg je nooit meerdere nootnummers achter elkaar toe. In plaats daarvan verwijs je in één voetnoot naar meerdere bronnen.

Hierbij mag je zelf een logische volgorde kiezen, maar je kunt gebruikmaken van de volgende basisrichtlijnen:

  • Je geeft eerst de verkorte verwijzingen voor bronnen die de hoofdtekst onderbouwen en dan voor bronnen die toevoegingen onderbouwen.
  • Je geeft eerst de verkorte verwijzingen voor belangrijke bronnen en dan voor minder belangrijke bronnen.
  • Je geeft eerst de verkorte verwijzingen voor rechtspraak van hogere instanties en dan voor rechtspraak van lagere instanties.
Voorbeeld: Meerdere bronnen in één voetnoot
1. Jonker 2020, p. 23. Otters, NJB, 2020/786. Gonçalves & Sebastião 2021.

Uitzonderingen bij verwijzen met voetnoten

Ontbrekende auteurs

Het komt soms voor dat de auteur van een publicatie ontbreekt (zoals bij rapporten). In dat geval begin je de voetnoot met de (verkorte) titel (schuingedrukt), het jaartal en het paginanummer. Deze verkorte verwijzing hanteer je ook als lemma in de literatuurlijst. De bron wordt dan gesorteerd op basis van de titel in plaats van de auteursnaam.

Voorbeeld: Ontbrekende auteur
Aansprakelijkheid bestuurders 2020, p. 181.

Meerdere bronnen van dezelfde auteur uit hetzelfde jaar

Als je meerdere bronnen hebt van dezelfde auteur die in hetzelfde jaar zijn gepubliceerd, voeg je een verkorte versie van de titel van de bron toe, zodat je de bronnen van elkaar kunt onderscheiden in de voetnoten.

Voorbeeld: Meerdere bronnen met dezelfde auteur uit hetzelfde jaar
  • Bron 1: H.K.J. van Zuylen, Respect en recht voor ieder mens, Den Haag: Boom juridisch 2021.
  • Bron 2: H.K.J. van Zuylen, Rechtvaardigheid in de Nederlandse rechtspraak, Den Haag: Boom juridisch 2021.
  • Verkorte verwijzingen:
    Van Zuylen, Rechtvaardigheid 2021
    Van Zuylen, Respect en recht 2021

Bronnen van verschillende auteurs met dezelfde achternaam

Soms gebruik je bronnen uit hetzelfde jaar van verschillende auteurs die dezelfde achternaam dragen. In dat geval voeg je de initialen toe aan de naam in de verkorte verwijzing om misverstanden te voorkomen.

Voorbeeld: Meerdere bronnen van verschillende auteurs met dezelfde achternaam
  • Bron 1: S.T. Meyer, Externe openbaarheid, Deventer: Wolters Kluwer 2020.
  • Bron 2: A.G. Meyer, Beroeps- en dienstaansprakelijkheid, Deventer: Wolters Kluwer 2020.
  • Verkorte verwijzingen:
    S.T. Meyer 2020
    A.G. Meyer 2020

Veelgestelde vragen

Wat is het format voor een voetnoot volgens de Juridische Leidraad?

Het format voor een voetnoot hangt af van het type bron (zoals een boek, tijdschrift, online bron, jurisprudentie of regeling). Een voetnoot is altijd zo kort mogelijk, maar moet wel essentiële informatie bevatten, zodat lezers een bron kunnen opzoeken.

Een voetnoot begint met een hoofdletter, eindigt met een punt, en bevat meestal de auteursnaam, het jaartal en eventueel de vindplaats (zoals de locatie in een tijdschrift) of een specificering (zoals een paginanummer).

Voorbeeld: Literatuur in de voetnoot
  • Bacchus 2021, p. 34.
  • Shevchenko e.a. 2020.
  • Geertsema e.a., NJB 2021/979

In het geval van jurisprudentie is de verwijzing in de voetnoot veel vollediger, omdat de jurisprudentie in de regel niet wordt opgenomen in een lijst.

Voorbeeld: Jurisprudentie in de voetnoot
ABRvS 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:786.
Wanneer gebruik ik volgens de Juridische Leidraad ‘e.a.’?

Als je naar een bron verwijst met een, twee of drie auteurs, vermeld je alle auteursnamen in de voetnoot en in de bronvermelding.

Voorbeeld: Bronvermelding met drie auteurs
Al Hamad, Neeltjes & Gjoka 2021, p. 34
H.S. al Hamad, J.L.L.C. Neeltjes & A. Gjoka, Recht van spreken, Dokkum: Juridische Pers 2021.

Als je naar een bron verwijst met vier of meer auteurs, vermeld je alleen de eerste auteursnaam, gevolgd door ‘e.a.’. Dit geldt zowel voor de voetnoot als de bronvermelding in de literatuurlijst.

Voorbeeld: Bronvermelding met vier of meer auteurs
Felixen e.a. 2020, p. 198
W.A.C. Felixen e.a., Rechtspraak in het digitale tijdperk, Woudsend: Baten juridisch 2020.
Moet ik volgens de Juridische Leidraad een voetnoot opnemen voor wetten en regelingen?

In veel gevallen is een verwijzing in de voetnoot niet nodig voor wet- of regelgeving. Of je wel of geen voetnoot toevoegt, hangt af van het onderwerp van de tekst, de aard van de regeling en het lezerspubliek.

Voorbeeld: Verwijzen naar een wetsartikel in de lopende tekst
Volgens artikel 1:4 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de term ‘bestuursrechter’ betrekking op een onafhankelijk orgaan.

Wetten en regelingen neem je niet op in de literatuurlijst.

Mag ik volgens de Juridische Leidraad meerdere keren naar één voetnoot verwijzen?

Volgens de Leidraad voor juridische auteurs mag je een nootnummer maar één keer gebruiken. Als je meerdere keren naar één voetnoot wilt verwijzen, moet je de voetnoot herhalen en deze een nieuw nootnummer geven. Zo hoeft de lezer niet terug te bladeren om de voetnoot te zoeken.

Hoe verwijs ik volgens de Juridische Leidraad naar bronnen zonder auteur?

Als een bron geen auteur heeft, begin je de voetnoot met de (verkorte) titel (schuingedrukt). Vervolgens noteer je de overige broninformatie die wel beschikbaar is.

Voorbeeld: Verwijzing naar een bron zonder auteur
Aansprakelijkheid werkgevers 2021, p. 23.
Wat vind jij van dit artikel?
Julia Merkus

Julia heeft onder andere een bachelor in Nederlandse Taal en Cultuur en twee masters in Linguistics en Taal- en Spraakpathologie, waardoor ze heel wat scripties heeft geschreven. Na enkele jaren als editor schrijft ze nu artikelen over alles wat bij een scriptie komt kijken om zo studenten met succes te laten afstuderen.

1 reactie

Julia Merkus
Julia Merkus (Scribbr Team)
8 juni 2021 om 13:00

Ik hoop dat dit artikel je heeft geholpen. Is er nog iets onduidelijk? Ik doe mijn best om vragen en opmerkingen te beantwoorden. :)

Is er iets nog niet helemaal duidelijk of ontbreekt er wat? Laat een opmerking achter.

Please click the checkbox on the left to verify that you are a not a bot.