Een introductie tot systematische steekproeven (systematic sampling)

Een systematische steekproef behoort tot de aselecte steekproefmethoden, waarbij onderzoekers systematisch leden van de populatie selecteren op basis van een vooraf bepaald interval. Zo kies je bijvoorbeeld ieder tiende lid van een steekproef.

Als de volgorde van participanten in de populatie willekeurig of semi-willekeurig is (bijvoorbeeld alfabetisch), kun je met deze methode een representatieve steekproef trekken om conclusies over de populatie te formuleren.

Verder lezen: Een introductie tot systematische steekproeven (systematic sampling)

Een introductie tot gestratificeerde steekproeven

Bij een gestratificeerde steekproef (stratified sample) verdelen onderzoekers een populatie in homogene subpopulaties (strata) op basis van specifieke kenmerken, zoals etniciteit, gender, woonplaats, et cetera. Elk lid van de populatie zou zich in één stratum moeten bevinden.

Voor ieder stratum wordt vervolgens nog een steekproef getrokken met behulp van een andere aselecte steekproefmethode, zoals een clustersteekproef of enkelvoudige aselecte steekproef. Hierdoor kunnen onderzoekers statistieken (zoals gemiddelden) voor iedere subpopulatie schatten.

Onderzoekers maken gebruik van gestratificeerde steekproeven als de kenmerken van een populatie variëren en ze ervoor willen zorgen dat ieder kenmerk goed wordt vertegenwoordigd in de steekproef.

Een introductie tot gestratificeerde steekproeven

Verder lezen: Een introductie tot gestratificeerde steekproeven

Een introductie tot quasi-experimenteel onderzoek

Een quasi-experiment heeft net als een echt experiment het doel om een oorzaak-gevolgrelatie tussen een onafhankelijke en afhankelijke variabele aan te tonen.

In tegenstelling tot bij een echt experiment worden de participanten bij een quasi-experiment niet willekeurig over groepen verdeeld (geen randomisatie). In plaats daarvan worden participanten toegewezen aan groepen op basis van niet-willekeurige criteria.

Quasi-experimenteel onderzoek is heel geschikt als een echt experiment vanwege ethische of praktische redenen niet mogelijk is.

Verder lezen: Een introductie tot quasi-experimenteel onderzoek

Een introductie tot geclusterde steekproeven (cluster sampling)

Bij een geclusterde steekproef (cluster sampling) delen onderzoekers een populatie op in kleinere groepjes. Deze worden clusters genoemd. Vervolgens selecteren ze willekeurig clusters om een steekproef te vormen.

Een geclusterde steekproef valt onder aselecte steekproeven. Dit type wordt vaak gebruikt om grote populaties te onderzoeken, en in het bijzonder populaties met een grote geografische spreiding. Onderzoekers gebruiken bestaande groepen (zoals scholen of steden) als hun clusters.

Verder lezen: Een introductie tot geclusterde steekproeven (cluster sampling)

Een introductie tot longitudinaal onderzoek

Bij longitudinaal onderzoek worden dezelfde proefpersonen herhaaldelijk onderzocht om te bepalen of er na verloop van tijd veranderingen zijn opgetreden. Een longitudinaal design valt onder correlationeel onderzoek, omdat ook hier onderzoekers data verzamelen zonder variabelen te beïnvloeden.

Longitudinaal onderzoek wordt vaak gebruikt bij geneeskunde, economie en epidemiologie, maar het kan ook voor andere medische of sociale studies worden ingezet.

Verder lezen: Een introductie tot longitudinaal onderzoek

Een introductie tot cross-sectioneel onderzoek

Bij cross-sectioneel onderzoek verzamel je data van veel individuen op één moment in de tijd. Je observeert variabelen zonder ze te beïnvloeden.

Onderzoekers op het gebied van economie, psychologie, geneeskunde, epidemiologie kiezen vaak voor een cross-sectioneel design. Zo kan een epidemioloog dit type onderzoek gebruiken om de huidige prevalentie van een ziekte te onderzoeken voor een bepaalde subset van de populatie (zoals jongeren).

Verder lezen: Een introductie tot cross-sectioneel onderzoek

Een introductie tot enkelvoudige aselecte steekproeven (simple random sampling)

Een enkelvoudige aselecte steekproef (simple random sampling) is een willekeurig gekozen subset van een populatie. Bij deze steekproefmethode heeft ieder lid van de populatie een gelijke kans om geselecteerd te worden en in de steekproef te worden opgenomen.

Deze methode is de meest eenvoudige variant, omdat je maar één steekproeftrekking hoeft te doen en je weinig kennis hoeft te hebben van je populatie. Aangezien je de participanten willekeurig selecteert, heeft je onderzoek in principe een hoge interne en externe validiteit.

Voorbeeld: Enkelvoudige, aselecte steekproef
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakt vaak gebruik van enkelvoudige, aselecte steekproeven. Onderzoekers van het bureau volgden bijvoorbeeld een willekeurige selectie inwoners van Nederland door ze gedurende een jaar gedetailleerde vragen te stellen over hun leven, zodat ze conclusies konden trekken over de gehele populatie.

Verder lezen: Een introductie tot enkelvoudige aselecte steekproeven (simple random sampling)

Controlegroepen in wetenschappelijk onderzoek

In wetenschappelijk onderzoek worden controlegroepen gebruikt om een oorzaak-en-gevolgrelatie vast te stellen door de invloed van een onafhankelijke variabele te isoleren in een experiment.

Onderzoekers variëren de onafhankelijke variabele in de experimentele groepen (treatment groups), en houden de variabele constant in de controlegroep. Zo kunnen ze de resultaten van een of meerdere experimentele groepen vergelijken met die van de controlegroep.

Door een controlegroep te gebruiken kun je met meer zekerheid stellen dat een verandering in de afhankelijke variabele wordt veroorzaakt door een verandering in de onafhankelijke variabele. Je controleert dus voor andere factoren.

Verder lezen: Controlegroepen in wetenschappelijk onderzoek

Onafhankelijke en afhankelijke variabelen: het verschil

Bij je scriptie krijg je meestal te maken met variabelen. Variabelen zijn eigenschappen die verschillende waarden kunnen aannemen, zoals lengte, leeftijd, diersoort of toetsscore. Bij wetenschappelijk onderzoek willen we vaak het effect van de ene variabele op de andere variabele onderzoeken.

De variabelen in een (experimenteel) onderzoek naar een oorzaak-gevolgrelatie noem je de onafhankelijke en de afhankelijke variabelen.

  • De onafhankelijke variabele (independent variable) is de oorzaak. De waarde van de variabele is onafhankelijk van andere variabelen in je onderzoek. Dit is het type variabele dat je kunt manipuleren.
  • De afhankelijke variabele (dependent variable) is het gevolg. De waarde is afhankelijk van veranderingen in de onafhankelijke variabele. De afhankelijke variabele verandert dus als gevolg van je gemanipuleerde onafhankelijke variabele.

Verder lezen: Onafhankelijke en afhankelijke variabelen: het verschil