Enquêtes & SPSS: Variabelen aanmaken

Je hebt de enquêtes afgenomen, nu is het tijd om ze in te voeren in SPSS. Heb je jouw enquêtes online afgenomen, dan kun je de gegevens gemakkelijk importeren. SPSS maakt dan automatisch variabelen aan, maar je moet deze wel even controleren. Heb je offline enquêtes afgenomen, dan moet je ze (helaas) handmatig invoeren. Moeilijk is dat niet, maar het is wel saai en het kost tijd.

Maak eerst de variabelen aan, voer dan de gegevens in. Heb je geluk en heeft je docent al variabelen aangemaakt? Dan kun je direct doorgaan naar het invoeren van de data.

Variabelen toevoegen aan een leeg databestand

Als je het lege databestand voor je hebt, ga je naar de modus Variable view. Hier kun je nieuwe variabelen toevoegen.

Wie helpt jou met nakijken?

Betrouwbare hulptroepen vinden is niet makkelijk...

  • Familie
  • Vrienden
  • Studiegenoten
  • Scribbr

We staan altijd voor je klaar

Invoeren van proefpersoonsnummers

Proefpersoonsnummers moet je altijd invoeren, zodat je weet welke gegevens bij welke enquête horen.

  1. Voer in de kolom Name ‘ppnr’ in.
  2. Automatisch wordt de rij ingevuld. Onder Type staat Numeric: dit kun je laten staan, je gaat namelijk cijfers invoeren. Onder Width staat ‘8’: de ‘8’ staat voor het aantal tekens dat ingevoerd kan worden in de cel. Omdat je niet 10.000.000 proefpersonen of meer hebt, kun je ook deze laten staan.
  3. Zet Decimals op ‘0’. Je hebt proefpersoon nummer 1, 2, 3: 1,00 en 2,00 maakt het alleen maar onoverzichtelijk.
  4. Bij Label kun je een naam invoeren om de variabele naam (‘ppnr’) te verduidelijken: bijvoorbeeld ‘proefpersoonsnummer’, zodat je later zelf nog weet waar iedere variabele voor staat of zodat een ander je data kan gebruiken. Het is niet noodzakelijk hier iets in te vullen.
  5. Onder de kolom Values kun je waardes invoeren voor de variabele. Bij proefpersoonsnummers horen geen waardes, dus kun je deze overslaan.
  6. Een proefpersoonsnummer kan in de regel niet ontbreken – want dan bestaat de proefpersoon niet en voer je hem ook niet in bij SPSS – dus bij Missing vul je niets in.
  7. Bij Columns kun je de breedte van de kolom aanpassen. Een proefpersoonsnummer zal een bredere kolom nodig hebben dan een leeftijd. Vul bijvoorbeeld ‘6’ in.
  8. Align gebruik je om de inhoud van de kolom links of rechts uit te lijnen of te centreren. Het is handig om cijfers te centreren en tekst links uit te lijnen. Voer dus in: Center.
  9. Bij Measure geef je het meetniveau aan. Proefpersoonsnummers lopen van 1 tot bijvoorbeeld 50, voer dus Scale in.
  10. Voer bij Role Input in.

Invoeren van items

Het invoeren van items behandelen we nog even apart, omdat hier een aantal dingen anders gaan. Je items hebben vaak een bepaalde naam toegekend gekregen. In je enquête hebben mensen bijvoorbeeld een tekst over een rechtszaak gelezen en wordt ze daarna gevraagd: ‘Is de verdachte schuldig?’, waarop ze met ‘ja’ of ‘nee’ kunnen antwoorden. In je draaiboek heet deze vraag ‘judg1’(judgement 1).

Even in het kort wat bijna hetzelfde is als bij proefpersoonnummers: Name = Judge1, Width = 8, Decimals = 0, Label = schuldvraag, Colums = 1, Align = Center, Role = Input. Values, Missing en Measure vragen om wat meer toelichting.

  1. ‘Judg1’ kent twee antwoordmogelijkheden, ja en nee. Omdat SPSS rekent met getallen, kennen we waardes ( = getallen) toe aan deze antwoorden. Klik op de cel bij Values, en klik dan op het blauwe hokje met drie puntjes. Vul voor Value  ‘1’ in en voor Label ‘ja’. Klik op Add. Vul voor Value  ‘2’ in en voor Label ‘nee’. Klik weer op Add en dan op OK. Bij Data View kun je nu ‘1’ invullen wanneer iemand ‘ja’ heeft geantwoord, en ‘2’ wanneer iemand ‘nee’ heeft geantwoord.
  2. Het kan zijn dat iemand geen antwoord heeft gegeven op de vraag. Bij Missing kun je aangeven wat je invoert, als er geen antwoord was. Dit doe je weer door op de cel te klikken en dan het blauwe hokje met de puntjes. Klik op Discrete missing values. Vul bijvoorbeeld ‘9’ in, in ieder geval een ander getal dan ‘1’ of ‘2’. Je voert altijd een getal in die normaal niet tot de te verwachten mogelijke waarden behoort. Bij een variabele als leeftijd voer je bijvoorbeeld ‘99’ in, want meestal zijn je proefpersonen niet zo oud. Als je in SPSS bijvoorbeeld de gemiddelde leeftijd wilt berekenen, dan weet SPSS dat de waardes ‘99’ niet meegeteld moeten worden. Als je vergeet aan te geven dat ‘99’ de Missing is dan rekent SPSS deze mee in het gemiddelde, en krijg je dus een verkeerde uitkomst.
  3. Er is nu geen sprake van een schaal en ook niet van een ordening, dus kiezen we bij Measure voor Nominal.

Waardes toekennen doe je bijvoorbeeld ook bij geslacht (1= man, 2= vrouw) of opleiding (1 = Basis onderwijs, 2 = VMBO, 3 = HAVO, 4 = VWO, 5 = MBO, 6= HBO, 7 = WO).

Gegevens invoeren

Als je alle variabelen aangemaakt hebt, kun je de antwoorden gaan invoeren in de Data view.

Wat vind jij van dit artikel?
Bas Swaen

Bas is mede-oprichter van Scribbr. Bas komt uit een echt onderwijsgezin en is een ervaren scriptieschrijver. Met heldere uitleg over moeilijke materie probeert Bas studenten op weg te helpen.

1 reactie

Bas Swaen
Bas Swaen (Scribbr Team)
30 januari 2014 om 16:24

Bedankt voor het lezen! Ik hoop dat je er iets aan hebt gehad. Is er nog iets onduidelijk of ontbreekt er iets aan het artikel? Laat een opmerking achter, dan zal ik proberen je te antwoorden.

Is er iets nog niet helemaal duidelijk of ontbreekt er wat? Laat een opmerking achter.

Please click the checkbox on the left to verify that you are a not a bot.